Archief | citytrip RSS feed for this section

De Chinese lunch: Dim Sum in Brussel

1 dec

Een eetsnob wil eigenlijk geen brood als lunch, die wil gewoon lekker eten. En dat kan bij de echte Chinese restaurants. Waar de meeste mensen zich dan toch tegoed doen aan bami en nasi met vlees, vis of garnalen, gaan wij meestal voor de Dim Sum. Dat zijn lekkere kleine gestoomde of gefrituurde gerechtjes. Als je de dim sum menukaart niet gewend bent is het best ingewikkeld. Zeker in Brussel, waar de chinese menukaart vertaald is in het Frans. Maar Ok, de ‘sieuw mai’ zijn de gestoomde hapjes, je herkent ze aan een wit glazig deeg of het brooddeeg wat wij wel kennen van de Bapao. Ze worden ook wel dumplings genoemd of, volgens de Franse vertaling, ravioli. Ze zijn gevuld met garnaal, chinese paddestoel, varkensvlees, rundvlees, kip of combinaties daarvan. Daarnaast heb je nog de gefrituurde varianten; garnalen in een deegje, kleine loempiaatjes of kippepootjes. Vergis je niet met deze laatste; je krijgt daadwerkelijk de pootjes; de tenen dus! Dan zijn er nog de gestoomde pannekoekjes met diverse vullingen van kip tot zwarte bonen.

Je krijgt er een rode saus bij en soja en olie met rode peper. Die is zo heet, dat je echt moet uitkijken. Maar wel heerlijk. Bestel er een potje Chinese thee bij en je luncht verrukkelijk.
Dat deden we dus ook in Brussel, bij ChaoChow City. Het ligt aan de Anspachlaan op nummer 89. Om de hoek van de Oosterse buurt, waar het wemelt van de winkeltjes met oosterse specialiteiten en snuisterijen. De ingang oogt wat vreemd. Aan het begin is er links en rechts een fastfood restaurant voor de snelle bami. Als je even doorloopt kom je in een typisch echt Chinees restaurant. Niet zoals we ze in Nederland kennen met vijvers, bamboe schilderijen, rode muren en muziek van James Last. Maar een grote, beetje kille ruimte met grote tafels met Chinees porselein. Je herkent ze aan de TL-verlichting en grote groepen Chinezen. Dat is voor ons het teken dat het goed moet zijn. En dat was het. Met als klap op de vuurpijl de flensjes met Pekingeend en Hoisin. Moet je gewoon eens doen.

Citytrip Brussel (1) – Restaurant Vincent

28 nov


Het was weer de hoogste tijd voor een citytrip (eind december gaan we naar Gijon, Noord Spanje) en uiteraard vlogen er vooraf en ter plekke de nodige ideeën over tafel waar we naar toe zouden gaan, wat we zouden eten en waarover we konden bloggen. Ons doel: Brussel, een geweldige stad waar we al vaker zijn geweest maar dat was in de pre-eetsnob-fase. 2.0 als we zijn vroegen we zaterdagochtend op Twitter wie een tip voor ons had wat wij zeker niet mochten missen. Met dank aan @Lucas5915 kwamen we daardoor vanmiddag terecht bij restaurant “Vincent” voor de lunch. Er volgen natuurlijk meer blogposts over Brussel maar deze ligt nog vers in het geheugen en is een aanrader voor iedereen die van mooi en eerlijk eten houdt in een bijzondere, authentieke omgeving (zie foto).

Restaurant Vincent bevindt zich in het hartje van Brussel en wat bij het openen van de buitendeur direct duidelijk wordt is dat je binnenkomt door de keuken! Geweldig om midden tussen negen mensen te staan die hard bezig zijn met de voorbereidingen om de bezoekers van het restaurant te voorzien van voortreffelijk eten. Het tweede dat direct opviel is de bijzondere inrichting. De muren zijn voorzien van ouderwetse, sfeervolle tegelfresco’s die, samen met het hoge plafond en de met wit linnen uitgeruste tafeltjes, een gevoel geven van ‘in een fraaie taveerne’ te zijn beland, waar – in je verbeelding – menig kunstenaar gegeten moet hebben.

Het restaurant stamt uit 1905 en de geschiedenis ademt dan ook uit alle poriën van het etablissement. We zaten prettig in een hoek waar je de omgeving goed kan observeren en – dat staat weer als een paal boven water – de Belgen weten wat lunchen is en zeker op de zondagmiddag. Zou het niet prettig zijn wanneer wij in Nederland ook een lunchcultuur zouden hebben waar het ‘avondmenu’ ook ’s middags zou gelden?

De keuken is klassiek en voor zowel de culinaire kenner als voor een verdwaalde tourist meer dan prima. Specialiteit is de dubbele côte à l’os (ribstuk, twee personen). Daar moet je een half uurtje op wachten maar is dan ook het wachten waard. Of probeer de huisgezuurde haring, een feest. Kortom, een aanrader van niveau! Tot slot, maar daar gaan we een aparte blog aan wijden, als je een hotel in Brussel zoekt, boek dan bij Hotel Metropole, niet zozeer om het hotel (ook indrukwekkend) maar om de inpandige brasserie die (inclusief terras met verwarming) een andere, bijzondere plek is in Brussel.

Filets de hareng garnis

Double côte à l'os 1er choix

Nieuw op eetsnob.nl: eetsnob goes (citytrip) Brugge

7 okt


Regelatig doet eetsnob een citytrip. Deze staat dan mede in het teken van eten. Het eerste weekend van oktober 2010 waren we in Brugge.

Voor het eetverslag klik hier