Tag Archives: culinair

Proeverij 2: Huitres nr. 3

22 jul

Niets zo heerlijk als oesters op een Frans terras. Temperatuur 25 graden Celsius. Deze keer in Tours, Brasserie Buré. Niet te groot, maatje 3, met vinegraitte rode wijnazijn met een uitje.

20120722-205358.jpg

Eten in Leuven: Tagliata van rund in de Muntstraat

16 okt

We moesten er hoognodig weer eens even tussenuit. Niet te ver, maar wel genieten. Zo kwamen we terecht in Leuven. Prachtig stadje, waar ik 20 jaar geleden nog een dik half jaar heb gestudeerd. Kon me toen geen toprestaurants veroorloven en wist dus ook niet waar ze zaten. Maar ja, 20 jaar; dan is toch alles veranderd. Zo ook de Muntstraat. Waar ik 20 jaar geleden me tegoed deed aan shoarma en pizza (sorry, het heette toen in de volksmond dan ook de Vreetstraat)), was nu een heuse wijk met restaurants verschenen. Van culi tot studentenkroeg. Na een aantal heerlijk wijntjes en herinneringen streken we neer in Tres Simple, Tres Luxe. Je kunt er zowel terecht voor een heerlijke Tapa als voor een gerecht met gastronomisch tintje.

Dit is wat wij bestelden:

Vooraf: Lookbroodjes met manchego en gerookte paprika en Tagliata van Rundvlees. De Lookbroodjes waren wat simpel: Turks brood, gegrild met knoflook en kaas. De Tagliata was ook simpel, maar van bijzondere kwaliteit. Nog net geen Kobe-rund!

Hoofdgerecht: Vol-au-vent van Koekoek (Mechelse Koekoek is een kippenras) met foi gras (eendenlever) en mousseline (zeer luchtige Hollandaisesaus). De vol-au-vent begrepen we niet echt: er was geen deeg te zien; van oudsher is het namelijk een pastei (voor een leuke blog hierover klik hier). Maar evengoed was het lekker.

Gelakte eend met gewokte groente en sobanoedels; dat zijn Japanse noedels van boekweit (boekweit is geen graan, maar het zijn de vruchtjes van een kruidachtige plant). De gelakte eend was heerlijk, lekker Oosters. Wijntje erbij. Topavond.

Meer over Tressimple/Tresluxe

Restauranttip San Sebastian: Bodegon Alejandro

14 sep

Dat je in San Sebastian lekker kunt eten is algemeen bekend. Maar meestal hebben we het dan over de overdadige hoeveelheid en verscheidenheid aan heerlijk tapas. Heerlijk, maar soms wil je toch even lekker aan een tafel dineren en het geweld van de tapasbarretjes achter je laten. En dat zit daar tussen al die barretjes ineens dit restaurant. Het is in een kelder en dus een oase van rust. En niet de gewone Spaanse kaart, maar gastronomie op z’n San Sebastians. Alle gerechten worden bereid met producten van het seizoen van de markt.

We aten Jarrete de Cordero asado a 68.5º sobre puré especial de patatas y berza, con verduras salteadas. 18.50 eur (lamsbout, langzaam gegaard in de oven op 68 graden met puree, kool en gebakken groenten) en Carrillera de ternera cocinada a baja temperatura con jugo de pimientos asados y terrina de patata y bacon. 17.00 eur (op lage temperatuur gestoofde kalfswang met het sap van gebakken paprika’s en een terrine van aardappel en bacon). Pure smaken, heerlijk. En we hadden er natuurlijk een fijn wijntje bij, de Vina Ardanza. Een heerlijke rioja met 25% Garnacha druiven en dus geen pure Tempranillo. Maar over de Rioja een andere keer een blog.

Het eten was heerlijk. Je vind het restaurant in de Casco Viego (oude wijk) van San Sebastian.

Restaurante Bodegón Alejandro,  Calle Fermín Calbetón 4, San Sebastian

City Trip Valencia – paella

26 feb

Opnieuw waren we de afgelopen week richting Spanje vertrokken voor de volgende citytrip. Ditmaal naar Valencia, hoewel de tweede metropool van Spanje, is het eigenlijk een stad die niet vanzelfsprekend bij je opkomt om aan te doen. Valencia is een prachtige stad die het bezoeken zeker waard is. Juist door het relatief kleine aantal toeristen is het een vriendelijke, bijna provinciale, stad waar je je welkom waant. Met rond de 320 dagen per jaar zon en een gemiddelde temperatuur van 18,5 graden stap je met veel plezier het vliegtuig uit in het vooruitzicht van barretjes, terassen, pittoreske straatjes … en uiteraard eten in uiteenlopende restaurantjes. Want die zijn er in overvloed.

Wat lang niet iedereen weet is dat de wereldberoemde Spaanse paella van oorsprong een echt Valenciaans recept is. De paella stamt uit een ver verleden en is eigenlijk gebaseerd op een grote ronde platte pan waarin rijst en wat er maar voorhanden was werd klaargemaakt. Paella was in feite het eenpansgerecht van de rijstboeren die boven houtvuur werd bereid. Een gerecht dat letterlijk (en meestal met de lepel) gezamenlijk werd gegeten. Door het bereiden boven houtvuur heeft de originele paella in het midden een dunne korst waar door de liefhebbers om ‘gevochten’ werd (en wordt). In Valencia spreken ze overigens niet vaak over paella maar vindt je meestal ‘arroz’ (rijst) op de menukaart. Op de foto hierboven zie je Arroz a Banda (paella met uitsluitend vis, schaal- en schelpdieren). Overheerlijk en gegeten in het sfeervolle, echt Spaanse restaurant, Casa Roberto. Verder zijn er de Paella de Verduras (groente), Paella Mixta (vlees, vis, groente etc.), Arroz Negra (letterlijk zwarte rijst) die gemengd wordt met de inkt van de inktvis (heerlijk!) etc. Er bestaan eindeloos veel varianten paella en smaken zijn dan ook tamelijk uiteenlopend.

Een andere paella die we hebben uitgeprobeerd was de Paella Bogavante (paella met een soort zeekreeft, met name ook voor de bouillon gebruikt) in het sfeervolle restaurant Ness. Zie de foto hieronder. Heel anders opgediend en buitengewoon smakelijk. Overigens een aanrader, dit moderne maar sfeervolle restaurant.

Tot slot, en al eerder over geblogd, natuurlijk – en niet alleen in Valencia – zijn er ook veel plekken waarop je direct paella kan eten maar dan is het of ’s morgen al gemaakt of krijg je diepvries (meestal) paella uit de magnetron. Als je echte paella wilt eten moet je van te voren reserveren of ongeveer een uur wachten. Hoewel het gerecht zelf in een half uur te maken is moet de rijst nog een half uur staan.  Voor de liefhebber, que aproveche!

Oesters uit Almere

9 feb

Als je jezelf eetsnob noemt, dan word je door anderen ook zo gepercipieerd. Voorheen wisten vrienden en familie ook al dat we van lekker eten houden en aardig kunnen koken, maar nu met die naam heeft het toch een andere lading. We merken toch dat velen zich verontschuldigen voor hun kookkunst en restaurant-keuzes : ” Het zal wel niet jullie standaard zijn”, of “we hopen maar dat het lekker is”.  Alsof we alleen nog pasta met truffel eten met gouden bestek. Lekker hoeft niet altijd ingewikkeld of duur te zijn. Maar ja, een snob is een snob.

Onlangs durfde iemand het aan om voor ons te koken met de zin:”Dan kan ik eindelijk weer eens oesters pocheren”. En laten we dat nu nog niet eerder hebben gegeten. Wel rauw, of gestoomd, maar gepocheerd? We reisden af naar Almere en werden ontvangen aan een feestelijk gedekte tafel met bubbels en amuse. Dat beloofde wat. Toen de oesters op tafel kwamen werd het stil en binnen de kortste keren waren ze – bijna – op. Gelukkig nog net de tegenwoordigheid van geest om de laatste twee te fotograferen. Het was heerlijk: gepocheerd in eigen vocht en opgediend met wat blauwe schapenkaas. Een hele smaak-explosie. Bedankt voor deze Oesters uit Almere.

%d bloggers liken dit: