Tag Archives: genieten

Eten in Leuven: Tagliata van rund in de Muntstraat

16 Okt

We moesten er hoognodig weer eens even tussenuit. Niet te ver, maar wel genieten. Zo kwamen we terecht in Leuven. Prachtig stadje, waar ik 20 jaar geleden nog een dik half jaar heb gestudeerd. Kon me toen geen toprestaurants veroorloven en wist dus ook niet waar ze zaten. Maar ja, 20 jaar; dan is toch alles veranderd. Zo ook de Muntstraat. Waar ik 20 jaar geleden me tegoed deed aan shoarma en pizza (sorry, het heette toen in de volksmond dan ook de Vreetstraat)), was nu een heuse wijk met restaurants verschenen. Van culi tot studentenkroeg. Na een aantal heerlijk wijntjes en herinneringen streken we neer in Tres Simple, Tres Luxe. Je kunt er zowel terecht voor een heerlijke Tapa als voor een gerecht met gastronomisch tintje.

Dit is wat wij bestelden:

Vooraf: Lookbroodjes met manchego en gerookte paprika en Tagliata van Rundvlees. De Lookbroodjes waren wat simpel: Turks brood, gegrild met knoflook en kaas. De Tagliata was ook simpel, maar van bijzondere kwaliteit. Nog net geen Kobe-rund!

Hoofdgerecht: Vol-au-vent van Koekoek (Mechelse Koekoek is een kippenras) met foi gras (eendenlever) en mousseline (zeer luchtige Hollandaisesaus). De vol-au-vent begrepen we niet echt: er was geen deeg te zien; van oudsher is het namelijk een pastei (voor een leuke blog hierover klik hier). Maar evengoed was het lekker.

Gelakte eend met gewokte groente en sobanoedels; dat zijn Japanse noedels van boekweit (boekweit is geen graan, maar het zijn de vruchtjes van een kruidachtige plant). De gelakte eend was heerlijk, lekker Oosters. Wijntje erbij. Topavond.

Meer over Tressimple/Tresluxe

City Trip Valencia – paella

26 Feb

Opnieuw waren we de afgelopen week richting Spanje vertrokken voor de volgende citytrip. Ditmaal naar Valencia, hoewel de tweede metropool van Spanje, is het eigenlijk een stad die niet vanzelfsprekend bij je opkomt om aan te doen. Valencia is een prachtige stad die het bezoeken zeker waard is. Juist door het relatief kleine aantal toeristen is het een vriendelijke, bijna provinciale, stad waar je je welkom waant. Met rond de 320 dagen per jaar zon en een gemiddelde temperatuur van 18,5 graden stap je met veel plezier het vliegtuig uit in het vooruitzicht van barretjes, terassen, pittoreske straatjes … en uiteraard eten in uiteenlopende restaurantjes. Want die zijn er in overvloed.

Wat lang niet iedereen weet is dat de wereldberoemde Spaanse paella van oorsprong een echt Valenciaans recept is. De paella stamt uit een ver verleden en is eigenlijk gebaseerd op een grote ronde platte pan waarin rijst en wat er maar voorhanden was werd klaargemaakt. Paella was in feite het eenpansgerecht van de rijstboeren die boven houtvuur werd bereid. Een gerecht dat letterlijk (en meestal met de lepel) gezamenlijk werd gegeten. Door het bereiden boven houtvuur heeft de originele paella in het midden een dunne korst waar door de liefhebbers om ‘gevochten’ werd (en wordt). In Valencia spreken ze overigens niet vaak over paella maar vindt je meestal ‘arroz’ (rijst) op de menukaart. Op de foto hierboven zie je Arroz a Banda (paella met uitsluitend vis, schaal- en schelpdieren). Overheerlijk en gegeten in het sfeervolle, echt Spaanse restaurant, Casa Roberto. Verder zijn er de Paella de Verduras (groente), Paella Mixta (vlees, vis, groente etc.), Arroz Negra (letterlijk zwarte rijst) die gemengd wordt met de inkt van de inktvis (heerlijk!) etc. Er bestaan eindeloos veel varianten paella en smaken zijn dan ook tamelijk uiteenlopend.

Een andere paella die we hebben uitgeprobeerd was de Paella Bogavante (paella met een soort zeekreeft, met name ook voor de bouillon gebruikt) in het sfeervolle restaurant Ness. Zie de foto hieronder. Heel anders opgediend en buitengewoon smakelijk. Overigens een aanrader, dit moderne maar sfeervolle restaurant.

Tot slot, en al eerder over geblogd, natuurlijk – en niet alleen in Valencia – zijn er ook veel plekken waarop je direct paella kan eten maar dan is het of ’s morgen al gemaakt of krijg je diepvries (meestal) paella uit de magnetron. Als je echte paella wilt eten moet je van te voren reserveren of ongeveer een uur wachten. Hoewel het gerecht zelf in een half uur te maken is moet de rijst nog een half uur staan.  Voor de liefhebber, que aproveche!

Balsamico azijn – citytrip Brussel 3

16 Dec

‘Specialist in gekweekte en bospaddestoelen, primeurs, truffels en delicatessen’, een bezoek aan de relatief kleine winkel van ‘Champigros‘ in het hartje van Brussel, vlak bij het Sint-Katelijneplein en de vismarkt, is een beleving op zich. Toen wij er de eerste keer kwamen verwonderden wij ons met name over de uiteenlopende zouten die daar worden verkocht.Wij kochten zout met paddestoelen. Champigros is bijzonder omdat je je bevindt in een oase van heerlijkheden waaraan je je niet alleen vergaapt maar ook niet van hebt kunnen dromen dat al die lekkernijen ook daadwerkelijk zouden bestaan. Leverancier van restaurants met één, twee of zelf drie sterren.

Ons oog viel dit keer op een drietal flessen (achter glas) balsamico azijn met als merknaam ‘Mussini’. Nu kan je zelf op onderstaande foto zien wat de onvoorstelbare prijzen zijn van deze flessen prachtazijn. Daarvan gaat de wenkbrauw toch even omhoog. Interessant is te vertellen dat ‘Mussini’ staat voor de familie Mussini die beroemd zijn om … inderdaad hun balsamico azijnen van 7 tot 100 jaar oud. Hoe ouder de balsamico hoe zoeter deze wordt. Daardoor smaakt de jonge balsamico azijn beter als ingrediënt voor een saladedressing terwijl een oude weer prachtig is bij een stuk Parmezaanse kaas of een stukje wild. Het is net als bij wijn, azijn moet rijpen. Klinkt raar maar als je er even over nadenkt eigenlijk logisch. Kortom, als je in Brussel bent loop dan even deze bijzonder delicatessenwinkel in. Duur is het zeker maar ook meer dan de moeite waard. 

Licht dessert: fruit met whisky-dressing

13 Dec

fruitO ja, en dan moet er ook nog een dessert bij. De meeste mensen richten zich bij het kerstdiner op het voorgerecht en het hoofdgerecht. Wij ook. We zijn niet zo van de toetjes. Je wordt er niet alleen vaak dik van, meestal zit je gewoon al vol. Zeker als er ook al een kaasplankje langs is geweest. Hoe vaak gebeurt het niet dat het dessert in de koelkast blijft en men direct overgaat tot de koffie. Kan natuurlijk, maar dat is dan wel weer jammer van je werk en de ingrediënten. Hier een ideaal dessert: snel gemaakt en makkelijk te skippen.

Ingrediënten

per persoon 100 gram vers fruit: kiwi, aardbei, blauwe bessen, mango, ananas, noem maar op; gewoon wat je lekker vindt en te krijgen is.

Dressing voor 4 personen: 100 ml Whisky, schep suiker, glas sinaasappelsap, scheut honing

Bereiden

De dressing kan je van tevoren maken. Breng de sinaasappelsap met de whisky aan de kook. Zet het vuur iets lager en doe de suiker en honing erbij. Laat even inkoken tot de whisky is verdampt. Laat afkoelen.

Fruit snijden en in mooie glazen doen. Schijfje fruit op de rand. Dressing lauwwarm over het fruit gieten en opdienen. Als je het iets wilt aankleden kan je er nog een klein glaasje met een bolletje sorbetijs bij serveren. Niet alleen lekker met de kerst. Eet smakelijk.

Dit recept printen: Fruit met whiskydressing

Recept: culinaire kipragout (met cognac en safraan)

10 Dec

culinaire kipragout
Nee, we doen het niet in een pasteibakje van bladerdeeg. Je kent ze vast nog wel van vroeger; stond standaard op het kerstmenu, of je nu thuis at, bij je schoonouders of in een restaurant. Het bladerdeeg was klef omdat de ragout er al een uur inzat en de ragout kwam in het ergste geval uit een blik. Als je de inhoud uit het blik haalde en in een pannetje deed, hield het ook de vorm van het blik, zo stijf van het vet en de gelatine. Jakkes en als het eenmaal gesmolten was leek het net dikke champignonsoep.

Maar een ragoutje is stiekem best lekker en we kunnen hem met de feestdagen best weer eens op tafel zetten. Maar dan helemaal vers en met een culinaire insteek. En we serveren hem niet in zo’n klef pasteibakje van bladerdeeg, maar in een mooi glas, met een lepeltje en verschillende toastjes. Zo kan het dus ook.

Ingrediënten voor 4 personen (voorgerecht), liefst alles biologisch

200 gram kipfilet
50 gram magere spekblokjes
200 gram knolselderij in kleine blokjes
100 gram kastanjechampignons in blokjes
1 sjalotje, gesnipperd
1 teentje knoflook, fijngehakt
1 dl cognac
1 dl (soja)room
1 plukje safraan
bloem om te bestuiven
vloeibaar bakproduct, peper en zout

Bereiden

Snijd de kipfilet in blokjes, zout erover en bestuiven met bloem. Neem een pan met anti-aanbakbodem. Fruit de sjalot en knoflook in de margarine, zonder te verkleuren. Doe de kipfilet, spekjes en de champignons erbij en bak even aan tot ze goudbruin zijn. Zet het vuur hoog, doe de cognac erbij en flambeer totdat de vlammen vanzelf doven. Vuur laag, safraan en knolselderij erbij doen en 5 minuten laten pruttelen. Room toevoegen en nog 5 minuten laten pruttelen. Even laten inkoken tot de ragout wat dikker wordt en eventueel iets binden (met roux, allesbinder of monteren met boter). Laat even iets afkoelen en schep de ragout in een mooi glas naar keuze. Zet het glas op een bord leg er verschillende soorten toast naast. Kan natuurlijk ook met verse broodjes. Je kunt ook een hard broodje uithollen en daar de ragout in doen.

Voila, kerstragout op z’n 2010.

Dit recept printen: Culinaire kipragout

Lekkere aardappelpuree; met aardpeer of knolselderij

2 Dec

Zo kan het dus ook. Weg met de laffe puree en weg met de stamppotten. Geen gerommel met poeder uit een pakje. Maak eens een culinaire aardappelpuree. Met aardpeer bijvoorbeeld. Een andere naam voor aardpeer is Topanimboer. De smaak  is zoet en notig. Je koopt hem in het najaar en de winter bij de betere groentezaak of op de markt. Je kunt ze net als aardappelen heel lang bewaren, als ze maar donker liggen. Dus als je ze tegenkomt, neem een voorraadje mee.
Een andere variant is een puree met knolselderij. Die gebruiken Nederlanders vooral voor de erwtensoep, maar de milde frisse smaak verhoudt zich prima tot de aardappel.  Zelf vind ik de zoetere variante met aardpeer lekker bij rood vlees, bijvoorbeeld een hertenbieftukje of eendeborst. De frisse puree met knolselderij vind ik lekker bij gevogelte zoals fazant of kwartel. Ze combineren allebei goed bij konijn.

De meeste mensen vinden puree maken een hele klus vanwege het gestamp en geroer, best zwaar werk. Sommigen maken de fout de staafmixer op de aardappelen te zetten. Niet doen, dan wordt het net behangplaksel doordat je de cellen kapot snijdt. Je kunt de aardappelen door een zeef draaien, veel werk en een hoop afwas. Ik ben zelf fan van de pureeknijper. Dat is een soort grote knoflookpers waar je de gekookte aardappelen zo doorheen drukt. De aardpeer en de knolselderij krijg je er echter niet doorheen, dus gebruik daar de staafmixer of keukenmachine voor of hak het heel fijn voor een grove puree. Nog een tip voor de smaak: kook de aardappelen en de aardpeer of knolselderij in bouillon. Kies wat je lekker vindt: bospaddestoelen, rundvlees, kip of groente.

Ingrediënten (voor 2 personen)

3 (biologische) aardappelen
1 flinke aardpeer of 1/4 knolselderij
1 blokje bouillon (smaak naar keuze)
1/2 theelepel nootmuskaat uit de molen
100 ml sojaroom of volle melk
scheutje vloeibare margarine of klontje boter
zout, peper

Bereiden

Kook de aardappelen met de aardpeer of knolselderij in de bouillon in ongeveer 20 minuten gaar. Afgieten en even uit laten stomen. Vis de aardappelen uit de pan en druk die door de pureepers. Pureer de aardpeer/knolselderij met de staafmixer of keukenmachine. Roer alles door elkaar met de sojaroom of melk, margarine en nootmuskaat. Breng op smaak met zout en peper. Eet smakelijk!

Dit recept printen: Lekkere puree van aardpeer of knolselderij

De Chinese lunch: Dim Sum in Brussel

1 Dec

Een eetsnob wil eigenlijk geen brood als lunch, die wil gewoon lekker eten. En dat kan bij de echte Chinese restaurants. Waar de meeste mensen zich dan toch tegoed doen aan bami en nasi met vlees, vis of garnalen, gaan wij meestal voor de Dim Sum. Dat zijn lekkere kleine gestoomde of gefrituurde gerechtjes. Als je de dim sum menukaart niet gewend bent is het best ingewikkeld. Zeker in Brussel, waar de chinese menukaart vertaald is in het Frans. Maar Ok, de ‘sieuw mai’ zijn de gestoomde hapjes, je herkent ze aan een wit glazig deeg of het brooddeeg wat wij wel kennen van de Bapao. Ze worden ook wel dumplings genoemd of, volgens de Franse vertaling, ravioli. Ze zijn gevuld met garnaal, chinese paddestoel, varkensvlees, rundvlees, kip of combinaties daarvan. Daarnaast heb je nog de gefrituurde varianten; garnalen in een deegje, kleine loempiaatjes of kippepootjes. Vergis je niet met deze laatste; je krijgt daadwerkelijk de pootjes; de tenen dus! Dan zijn er nog de gestoomde pannekoekjes met diverse vullingen van kip tot zwarte bonen.

Je krijgt er een rode saus bij en soja en olie met rode peper. Die is zo heet, dat je echt moet uitkijken. Maar wel heerlijk. Bestel er een potje Chinese thee bij en je luncht verrukkelijk.
Dat deden we dus ook in Brussel, bij ChaoChow City. Het ligt aan de Anspachlaan op nummer 89. Om de hoek van de Oosterse buurt, waar het wemelt van de winkeltjes met oosterse specialiteiten en snuisterijen. De ingang oogt wat vreemd. Aan het begin is er links en rechts een fastfood restaurant voor de snelle bami. Als je even doorloopt kom je in een typisch echt Chinees restaurant. Niet zoals we ze in Nederland kennen met vijvers, bamboe schilderijen, rode muren en muziek van James Last. Maar een grote, beetje kille ruimte met grote tafels met Chinees porselein. Je herkent ze aan de TL-verlichting en grote groepen Chinezen. Dat is voor ons het teken dat het goed moet zijn. En dat was het. Met als klap op de vuurpijl de flensjes met Pekingeend en Hoisin. Moet je gewoon eens doen.

%d bloggers liken dit: