Een eetsnob wil eigenlijk geen brood als lunch, die wil gewoon lekker eten. En dat kan bij de echte Chinese restaurants. Waar de meeste mensen zich dan toch tegoed doen aan bami en nasi met vlees, vis of garnalen, gaan wij meestal voor de Dim Sum. Dat zijn lekkere kleine gestoomde of gefrituurde gerechtjes. Als je de dim sum menukaart niet gewend bent is het best ingewikkeld. Zeker in Brussel, waar de chinese menukaart vertaald is in het Frans. Maar Ok, de ‘sieuw mai’ zijn de gestoomde hapjes, je herkent ze aan een wit glazig deeg of het brooddeeg wat wij wel kennen van de Bapao. Ze worden ook wel dumplings genoemd of, volgens de Franse vertaling, ravioli. Ze zijn gevuld met garnaal, chinese paddestoel, varkensvlees, rundvlees, kip of combinaties daarvan. Daarnaast heb je nog de gefrituurde varianten; garnalen in een deegje, kleine loempiaatjes of kippepootjes. Vergis je niet met deze laatste; je krijgt daadwerkelijk de pootjes; de tenen dus! Dan zijn er nog de gestoomde pannekoekjes met diverse vullingen van kip tot zwarte bonen.

Je krijgt er een rode saus bij en soja en olie met rode peper. Die is zo heet, dat je echt moet uitkijken. Maar wel heerlijk. Bestel er een potje Chinese thee bij en je luncht verrukkelijk.
Dat deden we dus ook in Brussel, bij ChaoChow City. Het ligt aan de Anspachlaan op nummer 89. Om de hoek van de Oosterse buurt, waar het wemelt van de winkeltjes met oosterse specialiteiten en snuisterijen. De ingang oogt wat vreemd. Aan het begin is er links en rechts een fastfood restaurant voor de snelle bami. Als je even doorloopt kom je in een typisch echt Chinees restaurant. Niet zoals we ze in Nederland kennen met vijvers, bamboe schilderijen, rode muren en muziek van James Last. Maar een grote, beetje kille ruimte met grote tafels met Chinees porselein. Je herkent ze aan de TL-verlichting en grote groepen Chinezen. Dat is voor ons het teken dat het goed moet zijn. En dat was het. Met als klap op de vuurpijl de flensjes met Pekingeend en Hoisin. Moet je gewoon eens doen.


Het was weer de hoogste tijd voor een citytrip (eind december gaan we naar Gijon, Noord Spanje) en uiteraard vlogen er vooraf en ter plekke de nodige ideeën over tafel waar we naar toe zouden gaan, wat we zouden eten en waarover we konden bloggen. Ons doel: Brussel, een geweldige stad waar we al vaker zijn geweest maar dat was in de pre-eetsnob-fase. 2.0 als we zijn vroegen we zaterdagochtend op Twitter wie een tip voor ons had wat wij zeker niet mochten missen. Met dank aan @Lucas5915 kwamen we daardoor vanmiddag terecht bij restaurant “

Wat is het toch moeilijk om een goede lunchgelegenheid te vinden als je eetsnob bent. Meestal ben je veroordeeld tot een tosti, brood met kroket (best lekker overigens), broodje tonijnsalade en een soepje. Bij de iets betere tentjes zijn er dan nog de salades en de luxere broodjes, maar het is toch allemaal erg standaard: Carpaccio, gerookte zalm, club sandwich, salade nicoise of salade met geitenkaas, gewokte kipreepjes en sliptongetjes. Ik word daar niet heel enthousiast van.




