Tussendoor weer een mooi en makkelijk recept. Als je het voor de eerste keer doet kost het meer tijd maar daarna is het zo klaar. Het recept komt uit een kookboek van Albert Hein. Inderdaad ja, en degene die onze eerdere blogs hebben gelezen weten ongetwijfeld nog heel goed dat we daarover flink heb afgegeven in een blog over kooktijdschriften. Ooit was Allerhande het tijdschrift waarin goede, mooie recepten stonden waarvan alle ingrediënten ook daadwerkelijk bij deze super in de schappen te vinden waren. Inmiddels is het een slecht blad wat voornamelijk over ‘makkelijk’ en ‘snel’ gaat. Maar in het oude, en overigens ook niet meer verkrijgbare kookboek van dezelfde Albert Heijn “De nieuwe kijk op koken” (1998) staan meerdere, mooi recepten.
Daaronder de volgende: “Gebakken eendenborst in Oosterse bouillon”. Natuurlijk doen wij onze naam eer aan en wijzigen het een en ander aan het recept maar het komt op het volgende neer.
voor 2 personen
1 grote of 2 kleine tamme eendenborsten (wij hadden onze bij de Lindenhoff gekocht), 250 gram
1/2 theelepel Chinese kruiden of vijfkruidenpoeder
1 eetlepel oestersaus
1/2 struik paksoi
stukje gemberwortel van 2 cm, geraspt
1 bosuitje
1 kippenbouillontablet
4 schijfjes limoen
teentje knoflook
1 eetlepel sojasaus
1/2 theelepel sambal oelek
pandanrijst
20 – 30 gram boter
Wij verwijderen de vel (vet) van de eend. Dat is niet gebruikelijk omdat de eendenborst meestal op de vel wordt gebakken maar het maakt het wel gelijk heel erg vet. Niet onze voorkeur. Maak een mooie scherp incisie en trek vervolgens het vel (met enige kracht) los van de eend. Wrijf het vlees in met de helft van de Chinese kruiden en de helft van de oestersaus. Snij de paksoi in stukken van 2 centimeter en de bosui in smalle ringen. Braad de eend kort aan beide kanten en zet hem weg (aluminiumfolie). Kook 6 dl water met bouillontablet. Pers de knoflook er boven uit, voeg gember, limoen, sojasaus, halve eetlepel oestersaus en het restant van de Chinese kruiden toe. Kook de paksoi in de bouillon, kort. Het is natuurlijk smaak maar wij houden van beetgare groente, dat maakt de bouillon weer lekkerder qua beet. Wij hebben er gisteren ook nog cantharellen aan toegevoegd, lekker en het is paddestoelentijd. Breng de bouillon verder op smaak met sambal oelek, zou en peper. Laat de bouillon inkoken maar hou in de gaten dat daardoor de smaak niet te sterk wordt. Daar staat tegenover dat je goed moet proeven of de limoen voldoende kracht heeft want die heeft een tekenende rol in de smaak.
Kook de pandanrijst, snij de eend in mooie kleine stukken. Serveer midden op het bord de rijst, leg er de stukjes eend tegen aan en schep er de bouillon bij. Lijkt even vreemd, droge rijst in een badje van bouillon maar is buitengewoon lekker. Serveren met bosui. Heerlijk!



Zo op het eerste gezicht lijkt dit een gemiddelde groentewinkel. Maar niets is minder waar. Dit is toko Chin Li in de Amsterdamse Poort, middenin de multiculturele samenleving van Amsterdam Zuidoost. Ik heb een jaar in Zuidoost gewerkt en kwam er regelmatig. Dit is geen oosterse toko, of een Turkse of Surinaamse, nee, dit is een multicultitoko. Van Jasmijnolie tot roti, van gedroogde garnalen tot bulgur. Met turkse pepers en kouseband. Vandaag had ik weer een afspraak in de buurt en kon het niet laten. Even rotiplaat halen en verse laos, sereh, kouseband, zwarte bonen, jasmijnrijst, gedroogde garnalen en een granaatappel. Dat wordt nog wat de komende dagen. Want ik weet nog niet wat ik er allemaal mee ga doen. Ik word namelijk nogal hebberig in zo’n toko, dan wil ik alles mee naar huis nemen. Vanavond wordt het in ieder geval roti met kip massala en kouseband. De combi van zwarte bonen en granaatappel moet lekker zijn; heb er alleen nog geen recept van. En de laos en sereh? Wordt vast een heerlijke thaise vissoep.
Laten we vandaag onze geuzennaam “Eetsnob” maar eens eer aandoen. Met enige regelmaat gaan wij eten in restaurant “Promers” in Naarden Vesting. Het restaurant is gevestigd in de voormalige vestingwal van de historische vestingstad. Het merkwaardige aan dit restaurant is dat het vrijwel nooit vol is, in tegendeel, het is er eigenlijk vaak leeg. En dat terwijl de kok geweldig kookt, het menu zeer afwisselend is en nog betaalbaar ook. Wanneer wij er eten laten we de kok altijd zijn eigen menu voor ons samenstellen en dat resulteert meestal in een verrassend en zeer smakelijk diner. Het restaurant zelf is ook al interessant omdat het in de gewelfde vestinggang is gesitueerd (zie foto). Aan einde van de gang bevindt zich de volledig open keuken met aan weerszijden nog twee ruime tafels waar wat grotere gezelschappen, enigszins afgescheiden van de overige gasten, rustig kunnen tafelen. Bediening, Maurice en Rianne, is uitstekend en beiden beschikken over een grote wijnkennis.