Archief | restaurant RSS feed for this section

Citytrip Brussel (1) – Restaurant Vincent

28 nov


Het was weer de hoogste tijd voor een citytrip (eind december gaan we naar Gijon, Noord Spanje) en uiteraard vlogen er vooraf en ter plekke de nodige ideeën over tafel waar we naar toe zouden gaan, wat we zouden eten en waarover we konden bloggen. Ons doel: Brussel, een geweldige stad waar we al vaker zijn geweest maar dat was in de pre-eetsnob-fase. 2.0 als we zijn vroegen we zaterdagochtend op Twitter wie een tip voor ons had wat wij zeker niet mochten missen. Met dank aan @Lucas5915 kwamen we daardoor vanmiddag terecht bij restaurant “Vincent” voor de lunch. Er volgen natuurlijk meer blogposts over Brussel maar deze ligt nog vers in het geheugen en is een aanrader voor iedereen die van mooi en eerlijk eten houdt in een bijzondere, authentieke omgeving (zie foto).

Restaurant Vincent bevindt zich in het hartje van Brussel en wat bij het openen van de buitendeur direct duidelijk wordt is dat je binnenkomt door de keuken! Geweldig om midden tussen negen mensen te staan die hard bezig zijn met de voorbereidingen om de bezoekers van het restaurant te voorzien van voortreffelijk eten. Het tweede dat direct opviel is de bijzondere inrichting. De muren zijn voorzien van ouderwetse, sfeervolle tegelfresco’s die, samen met het hoge plafond en de met wit linnen uitgeruste tafeltjes, een gevoel geven van ‘in een fraaie taveerne’ te zijn beland, waar – in je verbeelding – menig kunstenaar gegeten moet hebben.

Het restaurant stamt uit 1905 en de geschiedenis ademt dan ook uit alle poriën van het etablissement. We zaten prettig in een hoek waar je de omgeving goed kan observeren en – dat staat weer als een paal boven water – de Belgen weten wat lunchen is en zeker op de zondagmiddag. Zou het niet prettig zijn wanneer wij in Nederland ook een lunchcultuur zouden hebben waar het ‘avondmenu’ ook ’s middags zou gelden?

De keuken is klassiek en voor zowel de culinaire kenner als voor een verdwaalde tourist meer dan prima. Specialiteit is de dubbele côte à l’os (ribstuk, twee personen). Daar moet je een half uurtje op wachten maar is dan ook het wachten waard. Of probeer de huisgezuurde haring, een feest. Kortom, een aanrader van niveau! Tot slot, maar daar gaan we een aparte blog aan wijden, als je een hotel in Brussel zoekt, boek dan bij Hotel Metropole, niet zozeer om het hotel (ook indrukwekkend) maar om de inpandige brasserie die (inclusief terras met verwarming) een andere, bijzondere plek is in Brussel.

Filets de hareng garnis

Double côte à l'os 1er choix

Dames Haring (Hilversum): bijzondere formule

22 nov

Wat is het toch moeilijk om een goede lunchgelegenheid te vinden als je eetsnob bent. Meestal ben je veroordeeld tot een tosti, brood met kroket (best lekker overigens), broodje tonijnsalade en een soepje. Bij de iets betere tentjes zijn er dan nog de salades en de luxere broodjes, maar het is toch allemaal erg standaard: Carpaccio, gerookte zalm, club sandwich, salade nicoise of salade met geitenkaas, gewokte kipreepjes en sliptongetjes. Ik word daar niet heel enthousiast van.

In Nederland zijn er eigenlijk ook niet veel echte restaurants open voor de lunch. Meestal zijn het de eetcafe’s en Bistro’s waar je kan lunchen. Nederland heeft geen lunchcultuur. En dat is jammer, heel jammer, want ik wil als ik ergens lunch ook echt iets lekkers. Dat kan natuurlijk wel, maar dan hang je weer direct voor drie gangen, al dan niet met een ster. Ook heerlijk af en toe, maar daar heb ik meestal de tijd niet voor, het is teveel en als je dat regelmatig doet niet verantwoord voor de portemonnee.

Maar daar zijn de Dames Haring. Zomaar in Hilversum. Met een voor mij briljante formule: Amuses for lunch. Je hebt de keuze uit talloze warme en koude gerechten in kleine porties. Allemaal voor 6€ per gerechtje. Top idee! Zo at ik er vorige week een sashimi van tonijn en zalm, gebraden fazant met zachte zuurkool en een stoofpotje van wild met paddestoelen. Toch drie gangen, niet teveel, niet te duur en in een uurtje geregeld. Fijne bediening. Mooie zaak. Aanrader. Je kan er trouwens ook gewoon ’s avonds dineren; zelfde formule. Neem je lekker een of twee gangetjes meer. www.dedamesharing.nl

 

Pavarotti – tortellini en brodo (bouillon)

20 nov

Plat Préferé is een Vlaams televisieprogramma dat inmiddels zijn derde seizoen is ingegaan. Chefkok Jeroen Meus gaat op zoek naar de grote sterren van de wereld en bereidt in het programma hun lievelingsgerecht. Roald Dahl, Jacques Brel, Salvador Dali, Marlon Brando, Marvin Gaye, het is een willekeurige greep sterren die aan bod komen in deze televisieserie.

Mijn held Luciano Pavarotti kwam deze week aan bod. Pavarotti was ongetwijfeld één van grootste operazangers ooit en zijn nessum dorma (Puccini) zingt altijd door mijn hoofd wanneer zijn naam ergens opduikt. Dat hij ook goed kon koken en een groot liefhebber van eten was is, gezien zijn omvang, misschien dan ook niet verbazingwekkend.

Wat minder bekend is dat Pavarotti een eigen restaurant (“Europa 92“, in Morena) had dat pal naast zijn huis stond en waardoor hij door zijn achterdeur en de tuin zo het restaurant binnen kon lopen. Daar wachtte als altijd het voltallige personeel op hem om datgene te maken waar Il Maestro trek in had. In de aflevering over Pavarroti maakt de Jeroen Meus het lievelingsrecept van Pavarotti, “Tortellini en Brodo” (tortellini in bouillon). Op de site van Plat Préferé staat het recept, begeleid door een deel van het televisieprogramma waarin de presentator het gerecht klaarmaakt. Volgende week dinsdag is het de beurt aan Eva Perón. Ik ben benieuwd waar je die nu wakker voor mocht maken. Aanstaande dinsdag, Canvas 20.40 uur.

De Oesters van Nam Kee

14 nov

In het noorden van Spanje leerde ik ooit echt oesters eten. Op een fraaie kerstdag ging ik, aan het einde van de ochtend, met een Spaanse vriend wat drinken en tapas eten. Mijn vriend bestelde – uiteraard ongevraagd – oesters (die met Kerst in groten getale op de bar uitgestald staan). 12 stuks was klaarblijkelijk het minimum. Ik heb niets laten blijken en at mijn aandeel aan oesters zonder een spier te vertrekken op. Maar die eerste keer zal ik nooit meer vergeten …

Inmiddels zijn wij fervente liefhebbers van oesters. Velen onder ons schudden met een gezicht vol afschuw ‘nee’ wanneer iemand voorstelt oesters te gaan eten. Dat komt omdat de look en voorgestelde bite van oesters glibberig, snotterig is. Dat we soms onze primaire, lichte walging bij het zien van eten moeten overwinnen is logisch maar de oester is wel een piece de resistance. Dat is jammer omdat de oester een verrukking is om te eten. Waar het naar proeft? Tja, het eenvoudigste antwoord is … naar de zee. En dat is het, echt waar. En nee, je vindt het misschien niet de eerste keer lekker. Oesters moet je leren eten maar dan staat het al snel in de top 10 van je favoriete eten. Neem dat van ons maar aan.

Er bestaan honderden soorten oesters die verschillen in grootte (cijfers 5 tot 0). De groottes tussen 5 en 3 zie je uitgestald in de viswinkel voor directe consumptie. De kleinere oesters (tussen 2 en 0) worden meestal voor het koken gebruikt. Als je dan toch al bang bent voor de bite is een kleine oester uiteraard gemakkelijker te eten. In Nederland zien we meestal twee soorten, de platte (Zeeuwse) oester en de Creuse (bolle of wilde) oester. Deze laatste staat voor 90% van de Nederlandse oesterconsumptie.

Goed, er zijn altijd mensen die we niet kunnen overhalen om mee te genieten van de rauwe oesters. Hen raden we een bezoek aan het Amsterdamse chinese restaurant Nam Kee aan. Hoewel er inmiddels drie restaurants van deze kleine keten zijn is het allemaal begonnen aan de Zeedijk. Het personeel is misschien wat onverschillig en de tafeltjes worden beschenen door TL-licht maar …. vraag om de ‘oesters met zwarte bonensaus’ om iets te proeven wat onvergetelijk lekker is. Omdat de oesters gestoomd zijn hebben ze een stevige, bijna vleesachtige bite. Gecombineerd met de zwarte bonensaus (zwarte bonen, gember, knoflook, lente-uitje, sojasaus) is dit een oester die iedereen gemakkelijk over de streep trekt. Einde oesterpleidooi.

Oesters van Nam Kee met zwarte bonensaus

Soigné: subliem eten, maar toch……

27 okt

Eindelijk gingen we naar Soigné in Bussum. De verwachtingen waren hooggespannen
(1 michelinster) en we gingen lekker luxe met de taxi. We hadden het laatste tafeltje kunnen reserveren, dus het was lekker druk. (Dat is het er al snel, want het is er niet groot)

Direct bij binnenkomst werden we hartelijk welkom geheten. Mijn mede-eetsnob gaat meestal direct naar het toilet en daalde de trap af. ‘ Waar gaat u naar toe? ‘ , klonk het vermanend. Sorry hoor, toch heel logisch dat het toilet beneden is? Nee dus, het was gewoon op de begane grond. Een ‘Zoekt u misschien het toilet?’, was subtieler geweest. Het kwam door de toon. We hadden direct het gevoel dat we ons precies aan de regels moesten houden. Maar OK, het aperitief werd snel en vriendelijk geserveerd. Om ons heen zagen we de heerlijkste dingen voorbij komen, we hadden er zin in. En dat werd beloond. Het eten was voortreffelijk. Dit is wat we bestelden: Terrine van kalfsmuis, eendenlever en serranoham, dadels gevuld met champignons en macadamianoten met gelei van rode port.


Gebakken grietfilet met gestoofde ossenstaart, knolselderij, duxelles van portabello, truffel en lichte kalfsjus

 

 


Gebraden kalfshaas op een risotto van kalfswang, krokante kalfszwezerik, cantharellen en een jus van sjalot

 

 

Veel smaak, mooi gepresenteerd, voorafgegaan door een prettige amuse en vergezeld met een rode, op eikenhout gerijpte,  Aaldering (het geheim van Zuid Afrika). Goed gesprek, veel gelachen. Alle ingredienten voor een topavond.

En waarom dan toch dat onbestemde gevoel? Vanmorgen wist ik het: we voelden ons niet écht welkom, ze waren niet blij dat we er waren. De bediening was wat arrogant en erg formeel. We hadden het gevoel dat we ons wel aan de regels moesten houden die volgens hen misschien horen bij een michelinster. Laat het los, was onze gedachte. Je hoeft niet, zodra iemand opstaat om naar het toilet te gaan, zijn servet weer op te vouwen en precies midden op tafel leggen. Je hoeft niet steeds mijn stoel aan te schuiven alsof ik anders in de weg zit. De fles mag wat mij betreft gewoon op tafel. De sfeer mag wat losser. Zodat ik het gevoel heb dat men blij is met mijn komst. Oja. Bij het afrekenen gaf ik het visitekaartje van eetsnob, gewoon, voor de lol. Werd niet gewaardeerd. ” Wat IS DIT?’, werd er gevraagd. Nou gewoon, dat zijn wij en we schrijven over eten. Omdat eten onze passie is. Misschien leuk. De man liep gewoon weg, vroeg niet door, had duidelijk geen interesse. Alweer een gevoel van ‘Sorry hoor’.

Voor het eten komen we misschien nog eens terug, want dat was werkelijk subliem.