Tag Archives: spanje

Kabeljauw met appel in cider

16 jun

plaat kabeljauwJenny Chandler is schrijfster van het meesterlijke kookboek “The real taste of Spanje” (ook in het Nederlands te verkrijgen) dat voornamelijk aandacht besteed aan de keuken van Noord Spanje. Onze smaak is voor een belangrijk deel gevormd door veelvuldig bezoek aan dit prachtige Spaanse gebied dat – mede door het onzekere weer – authentiek is gebleven.

Onderstaand recept (vrij naar Chandler) maakten wij kort geleden en waren verrast door de bijzonder smaak. Hoe vaak gebeurt het niet dat je de ingrediënten van een recept leest en de neiging hebt om de schouders op te halen terwijl er een zeer verfijnd gerecht uit voort komt. Ook deze keer. Heel bijzonder en culinair. Probeer het vooral zelf ook eens. Een opmerking. Koop de vis, schelpen en garnalen vers. Het maakt een wereld van verschil.

Ingrediënten voor twee personen

2 kabelauwhaasjes (100 gram of meer naar smaak)
tiental venusschelpen
8 tot 10 tijgergarnalen
bloem (met beetje zout mengen)
2 el olijfolie

2 teentjes knoflook (fijngehakt)
1 ui (gesnipperd)
3/4 dl cider
3/4 dl visbouillon
1 tomaat (ontveld en in kleine stukjes gesneden)
peterselie

1 handappel, geschild en in plakken gesneden

Bereiden

Vis door de bloem halen. In braadpan olie verhitten en ui zacht in fruiten. Knoflook toevoegen. Heel kort mee bakken (vooral niet bruin laten worden, geeft een bittere smaak) en vis toevoegen. Kort (paar minuten) aan beide kanten bakken. Met een zeefje een beetje bloem over de uien toevoegen. Voorzichtig mengen en visbouillon, cider, tomaten, schelpen en garnalen toevoegen.

Pan afdekken en  zacht laten sudderen tot de vis gaar is. Afhankelijk van dikte en grootte duurt dat tussen 5 en 10 minuten. Peper en zout toevoegen.

Ondertussen de plakken appel in boter bakken tot ze beginnen te karameliseren.

Vis met schelpen en garnalen op bord leggen. Saus erbij en garneren met de plakken appel.

Proeferij 13: Torta del Casar – uit Cázeres

28 jul

En altijd komen we mensen tegen die ons ‘tippen’ over wat echt lekker is. Vandaag was het Antonio, de eigenaar van één van de barretjes waar wij zo rond het middaguur graag even naar binnenschuiven. Hij liet ons Torta del Casar proeven. Met het nodige commentaar. We hadden het eerder gegeten in Malaga maar de hernieuwde kennismaking was weer net zo heerlijk als toen we het voor de eerste keer aten.

Het is een rond geitenkaasje, afkomstig uit de streek Extremadura en moet minimaal zestig dagen rijpen. Bijzonder is dat de kaas bijna vloeibaar is en je er de bovenkant voorzichtig moet afsnijden voordat je de kaas er met een kleine lepel uit kan halen. Zware geitenkaas maar zacht door de vloeibare, romige substantie. Heerlijk met vers brood.

20120728-164726.jpg

Necoras: krabjes van de bar

20 aug

Heerlijk; zo uit de zee, zo op je bord: krabjes. We zagen ze veelvuldig op de bar liggen. Niet voor de sier, maar gewoon als lekker snackje of voorgerecht. Wij waren in Noord Spanje (atlantische kust) en daar zie je ze veelvuldig naar je staren: Necoras. Zomaar op een schaal op de bar, tussen het bier en de wijn. Lekkere zoete gesmoorde krabjes. Zo vers uit de zee; zo op je bord. Het krabvlees is heerlijk zoet. Je krijgt er een notenkraker bij om hem te lijf te gaan. Met een beetje mazzel ook nog een kreeftvorkje om te ‘pulken’. Ze zijn prachtig roze van kleur. Net als garnalen worden ze roze van het bakken of koken. Als ze net gevangen zijn, zijn ze blauw. Vele Spanjaarden vinden de hersenen het meest lekkere deel. Even roeren en leegslurpen. Vind ik wat minder geslaagd, maar voor de rest: gewoon en keer doen. Heerlijk.

In het filmpje hieronder zie ze hoe ze worden bereid. In een grote hete pan, met veel zout. 5 minuten bakken en omkeren. paar minuten bakken. Deksel erop en roze laten worden in 5 minuten. Af en toe keren. Op het laatst nog even het vocht laten verdampen. Af laten koelen en klaar. Eet smakelijk.

City Trip Valencia – paella

26 feb

Opnieuw waren we de afgelopen week richting Spanje vertrokken voor de volgende citytrip. Ditmaal naar Valencia, hoewel de tweede metropool van Spanje, is het eigenlijk een stad die niet vanzelfsprekend bij je opkomt om aan te doen. Valencia is een prachtige stad die het bezoeken zeker waard is. Juist door het relatief kleine aantal toeristen is het een vriendelijke, bijna provinciale, stad waar je je welkom waant. Met rond de 320 dagen per jaar zon en een gemiddelde temperatuur van 18,5 graden stap je met veel plezier het vliegtuig uit in het vooruitzicht van barretjes, terassen, pittoreske straatjes … en uiteraard eten in uiteenlopende restaurantjes. Want die zijn er in overvloed.

Wat lang niet iedereen weet is dat de wereldberoemde Spaanse paella van oorsprong een echt Valenciaans recept is. De paella stamt uit een ver verleden en is eigenlijk gebaseerd op een grote ronde platte pan waarin rijst en wat er maar voorhanden was werd klaargemaakt. Paella was in feite het eenpansgerecht van de rijstboeren die boven houtvuur werd bereid. Een gerecht dat letterlijk (en meestal met de lepel) gezamenlijk werd gegeten. Door het bereiden boven houtvuur heeft de originele paella in het midden een dunne korst waar door de liefhebbers om ‘gevochten’ werd (en wordt). In Valencia spreken ze overigens niet vaak over paella maar vindt je meestal ‘arroz’ (rijst) op de menukaart. Op de foto hierboven zie je Arroz a Banda (paella met uitsluitend vis, schaal- en schelpdieren). Overheerlijk en gegeten in het sfeervolle, echt Spaanse restaurant, Casa Roberto. Verder zijn er de Paella de Verduras (groente), Paella Mixta (vlees, vis, groente etc.), Arroz Negra (letterlijk zwarte rijst) die gemengd wordt met de inkt van de inktvis (heerlijk!) etc. Er bestaan eindeloos veel varianten paella en smaken zijn dan ook tamelijk uiteenlopend.

Een andere paella die we hebben uitgeprobeerd was de Paella Bogavante (paella met een soort zeekreeft, met name ook voor de bouillon gebruikt) in het sfeervolle restaurant Ness. Zie de foto hieronder. Heel anders opgediend en buitengewoon smakelijk. Overigens een aanrader, dit moderne maar sfeervolle restaurant.

Tot slot, en al eerder over geblogd, natuurlijk – en niet alleen in Valencia – zijn er ook veel plekken waarop je direct paella kan eten maar dan is het of ’s morgen al gemaakt of krijg je diepvries (meestal) paella uit de magnetron. Als je echte paella wilt eten moet je van te voren reserveren of ongeveer een uur wachten. Hoewel het gerecht zelf in een half uur te maken is moet de rijst nog een half uur staan.  Voor de liefhebber, que aproveche!

Citytrip Gijon – Noord Spanje (restaurant El Hórreo)

9 jan

Vliegtuig Amsterdam naar Madrid, korte overstap en dan door naar het gastvrije Gijon, een stad ter grootte van Utrecht aan de Noordkust van Spanje. Bij het dalen luisterde ik samen met mijn Spaanse buurman naar de informatie van de purser en keken elkaar bij toeval aan toen deze vertelde dat het 15 graden Celsius was. Een blik van verstandhouding want wij beiden vonden dat (hartje winter in Nederland, koud en vriezend) een aangenaam bericht. Dus ratelde hij even later in rap Spaans verder, over Gijon, de mensen maar uiteindelijk uiteraard ook over eten (daar praten wij maar ook Spanjaarden graag over). Hij tipte ons op een aantal restaurants waar we naar toe moesten gaan, waaronder El Hórreo (De Hooischuur, typisch voor Asturias, op palen!) in Antromero.

Enkele dagen later was het zover en in twee taxi’s lieten we ons naar El Hórreo brengen. Doordat we in het donker vertrokken waren we al snel gedesoriënteerd en na een klein half uur  stopten we voor een restaurant in the middle of nowhere. Met piepende banden stoven de taxi’s weg en wij liepen naar de ingang. We waren aan de vroege kant en schoven dus, in het totaal verlaten lokaal, direct richting de bar. Daar werden welkom geheten door een half tandeloze rondbuikige man die (nadat hij zijn haren naar achteren had geschud)ons welkom heette.

Vreemd, dat was het wel maar het was ook wel weer grappig. Moest dit restaurant nu zorgen voor  culinair genot? Al snel kwamen andere obers en vrouwen gekleed in kokskleren met dito haarnetjes naar binnen. Een uurtje later zaten we, terwijl het restaurant snel vol liep met gasten, te genieten van paella de marisco (paella met kreeft, krab etc., zie foto boven) die werkelijk heerlijk was. Paella moet klaar worden gemaakt terwijl je erop wacht (half uur tot drie kwartier) en dat was hier het geval. Ze hadden hem eigenlijk wat langer moeten laten staan (met theedoeken erover) waardoor hij nu nog tamelijk vochtig was maar niettemin uitstekend. Verder aten we  onder andere sopa de pescado (vissoep, foto hieronder), percebes en sloten het geheel af met tarta de chocolate. Ik keek om me heen en in niets leek dit restaurant op hetgeen we hadden aangetroffen bij binnenkomst. Hier werd gegeten en genoten.

Opnieuw doken wij in twee taxi’s de donkere nacht in en teruggekomen in Gijon leek het restaurant El Hórreo weer ver weg. Maar de smaken lagen nog vers in het geheugen. Een klein uitstapje in het donker dus maar daar gaan we nog wel eens naar terug. Bij daglicht. 

Citytrip Gijon (Noord Spanje) – El Globo

2 jan

Aan de Noordkust van Spanje, tussen La Coruña en Santander, ligt de kleine stad Gijon (275.000 inwoners) waar wij de afgelopen week verbleven en dat is ons meer dan goed bevallen. Gijon heeft één van de grootste havens van Spanje en het is dan ook niet vreemd dat allerlei soorten vis daar rijkelijk voorhanden zijn. De komende weken zullen we met enige regelmaat over dit geweldige, levendige stadje bloggen en daarbij ligt uiteraard het accent op het eten en de eetgelegenheden.

Toen we in Brussel waren werden we via hashtag #durftevragen gewezen op restaurant “Vincent” wat een geweldige belevenis opleverde. In Gijon kozen voor een andere belangrijke bron voor tips door gewoon om ons heen te vragen. Spanjaarden praten als geen ander (en lang !) over eten en willen maar wat graag je helpen bij het vinden van een restaurant. Op de eerste avond werden we gewezen op “El Globo“, een typisch Spaanse gelegenheid – restaurant en café in een geheel -, rondrennende obers, die avond afgeladen met mensen en dus was het aantal decibels navenant. Daar moet je even aan wennen want dat is wel even iets anders dan de vaak stille restaurants in Nederland. Leven in de brouwerij dus en een geweldige kaart, een echte aanrader!

Om deze serie eetblogs over Gijon goed af te trappen hieronder het menu van die eerste avond. Altijd aan te raden is om niet per persoon te bestellen maar om alles samen te delen, dat is in Spanje heel gewoon en wordt aangegeven met de termen ‘a picar’ of ‘a compartir’.

1. Pastel de Cabrales (vispaté van cabracho, de rode schorpioenvis), klassiek gegeten met toastjes en  1 of meerdere sausen)

 

 

 

 

2. Croquetas caseras, huisgemaakte kroketjes, dit keer gevuld met ham maar vaak ook met bacalou (stokvis)

 

 

 

 

 

3. Alemejas a la marina, Venusschelpje in saus van groene kruiden, knoflook en olie

 

 

 

 

4. Esparragos. Asperges, in een beslagje gefrituurd en ditmaal gevuld met ham en daarnaast een saus van Cabrales (sterke kaas van koe, geit en schaap)

 

 

5. Lubina al ajo. Zeebaars in veel kort gebakken plakjes knoflook

 

 

 

 

6. Oricios. Zee-egeltjes (oktober tot mei)

 

 

 

 

7. Jamon Iberico. Ham, in niets te vergelijken met Nederlands ham, smelt bijna letterlijk op de tong

 

 

 

 

8. Cecina. Gedroogd rookvlees

De Oesters van Nam Kee

14 nov

In het noorden van Spanje leerde ik ooit echt oesters eten. Op een fraaie kerstdag ging ik, aan het einde van de ochtend, met een Spaanse vriend wat drinken en tapas eten. Mijn vriend bestelde – uiteraard ongevraagd – oesters (die met Kerst in groten getale op de bar uitgestald staan). 12 stuks was klaarblijkelijk het minimum. Ik heb niets laten blijken en at mijn aandeel aan oesters zonder een spier te vertrekken op. Maar die eerste keer zal ik nooit meer vergeten …

Inmiddels zijn wij fervente liefhebbers van oesters. Velen onder ons schudden met een gezicht vol afschuw ‘nee’ wanneer iemand voorstelt oesters te gaan eten. Dat komt omdat de look en voorgestelde bite van oesters glibberig, snotterig is. Dat we soms onze primaire, lichte walging bij het zien van eten moeten overwinnen is logisch maar de oester is wel een piece de resistance. Dat is jammer omdat de oester een verrukking is om te eten. Waar het naar proeft? Tja, het eenvoudigste antwoord is … naar de zee. En dat is het, echt waar. En nee, je vindt het misschien niet de eerste keer lekker. Oesters moet je leren eten maar dan staat het al snel in de top 10 van je favoriete eten. Neem dat van ons maar aan.

Er bestaan honderden soorten oesters die verschillen in grootte (cijfers 5 tot 0). De groottes tussen 5 en 3 zie je uitgestald in de viswinkel voor directe consumptie. De kleinere oesters (tussen 2 en 0) worden meestal voor het koken gebruikt. Als je dan toch al bang bent voor de bite is een kleine oester uiteraard gemakkelijker te eten. In Nederland zien we meestal twee soorten, de platte (Zeeuwse) oester en de Creuse (bolle of wilde) oester. Deze laatste staat voor 90% van de Nederlandse oesterconsumptie.

Goed, er zijn altijd mensen die we niet kunnen overhalen om mee te genieten van de rauwe oesters. Hen raden we een bezoek aan het Amsterdamse chinese restaurant Nam Kee aan. Hoewel er inmiddels drie restaurants van deze kleine keten zijn is het allemaal begonnen aan de Zeedijk. Het personeel is misschien wat onverschillig en de tafeltjes worden beschenen door TL-licht maar …. vraag om de ‘oesters met zwarte bonensaus’ om iets te proeven wat onvergetelijk lekker is. Omdat de oesters gestoomd zijn hebben ze een stevige, bijna vleesachtige bite. Gecombineerd met de zwarte bonensaus (zwarte bonen, gember, knoflook, lente-uitje, sojasaus) is dit een oester die iedereen gemakkelijk over de streep trekt. Einde oesterpleidooi.

Oesters van Nam Kee met zwarte bonensaus

%d bloggers liken dit: