Archive by Author

Eden – een film over koken, liefde en jaloezie

12 mrt


“Door het ontdekken van het koken ontwikkelde de mens in het Stenen Tijdperk zich tot homo sapiens. Koken is de moeder van de filosofie, chemie en de geneeskunde. Koken is poëzie, transformatie, creatie ….” Zo begint de imponerende film “Eden” (2006). Een heerlijke film waarin de kunst van het koken centraal staat maar ook de liefde en de jaloezie.

Gregor, een corpulente, excentrieke chef de cuisine, die een klein, exclusief restaurant runt aan de rand van de stad, is een tovenaar in de keuken. Als hij niet kookt zit hij vaak op een terras waar hij vrouwen bestudeert. Hij wordt daar steevast bediend door Eden die bij toeval proeft van de heerlijkheden die de chefkok maakt in zijn kleine keuken. De gerechten van Gregor brengen Eden in complete vervoering en een innige maar platonische relatie tussen de twee hoofdpersonen is het onvermijdelijke gevolg. Als de jaloerse man van Eden, Xaver, achter de intieme vriendschap komt neemt hij maatregelen en de film krijgt een grimmiger karakter. Clous geven we natuurlijk niet weg maar de film heeft een verrassend einde.

De scenes waarin Gregor kookt zijn van een bijzondere schoonheid en het water loopt je regelmatig door de mond. Passie voor koken, verstilde passie tussen de twee hoofdpersonen. Als je van eten, van koken, van genieten houdt moet je deze film zeker gaan zien. De film van regisseur Michael Hofmann werd bekroond met de publieksprijs op het Filmfestival van Rotterdam. In bovenstaande trailer krijg je een goede indruk over de film die ik graag zou willen aanraden.

De soundtrack is “The Flower Duet” uit de opera “Lakmé” van de componist Leo Delibes. Voor de liefhebbers hieronder te beluisteren.

Het geheim van de Thaise biefsalade: de dressing

8 mrt

Zo’n tien jaar geleden kwam ik erachter. We waren met de kerstdagen een weekje naar Ameland en de hele week stond in het teken van lekker eten. Bezoek kwam af en aan ze en namen de lekkerste ingrediënten mee. Een van onze gasten was Thais en hij besloot authentiek voor ons te koken. De meest heerlijke geuren kwamen ons tegemoet en ik kon het niet laten hem een beetje op de vingers te kijken. Zo kwam ik achter het geheim van de Thaise biefsalade.

De basis van een biefsalade is niet zo ingewikkeld te raden. Biefstuk, bosui, koriander, Thaise basilicum, rode ui en komkommer. Er zijn trouwens talloze varianten, zoals hier op de foto met ei en tomaat. ‘T is maar wat lekker vindt of in huis hebt. Maar het belangrijkste is toch wel de dressing. Wat zit er toch in die dressing van de Thaise biefsalade?

Dressing voor 4-6 personen

rasp van de schil en het sap van 2 limoenen
1 stengel citroengras, het witte deel, fijngehakt
2 eetlepels vissaus
1 eetlepel palmsuiker, eventueel bruine basterd suiker
1 rode chilipepers in dunne ringetjes gesneden, of twee als je van heel heet houdt
(optioneel: 2 eetlepels zoete soja of ketjap manis, als je van een wat zoetere dressing houdt)

Tip: meng de ingrediënten in een jampot met deksel, goed schudden. Je kan de dressing gerust twee weken in de koelkast bewaren.

Ingrediënten voor de salade voor 4-6 personen

2 ons biefstuk, op kamertemperatuur
1 komkommer, zaadlijsten eruit en in reepjes van 1 cm
2 bosuitjes, in schuine ringen van 2 cm
3 tomaten, in kwarten, zaad eruit
2 rode uien, in ringen
Thaise basilicum en koriander om te garneren
2 hard gekookte eieren

Bereiden

Bak de biefstuk aan iedere kant 2 minuten in een beetje olie, laat afkoelen. Kook de sperzieboontjes 5 minuten, laat afkoelen in koud water. Meng de komkommer met de bosui, tomaat, sperzieboontjes en rode ui en leg in een schaal. Snijdt de biefstuk in dunne reepjes en de eieren in vieren en leg deze over de salade. Garneer met basilicum en koriander. Voeg vlak voor het opdienen de dressing toe

Vegetarisch: vervang de biefstuk door geroosterde cashewnoten. Ook geen ei? Vervang ze door bamboescheuten.

En wat was nu het geheim? Voor mij was dat de rasp van de limoenschil en het fijngehakte citroengras. Heerlijk.

Dit recept printen Thaise biefsalade

Citytrip Valencia – Mercado Central

6 mrt

De centrale markt (El Mercado Central, een van de grootste overdekte markten in Europa) is iets wat je niet mag missen wanneer je in Valencia bent. Iedere dag bezoeken 15.000 mensen deze imposante markt. 8000 vierkante meter groot is de markt en biedt de bezoeker 1200 kraampjes met fruit, groente, specerijen, vis, schelp- en schaaldieren.

Uiteraard waren wij er ook te vinden want het is een Walhalla voor iedere kok. Daarnaast is de markt ook de plek voor Valencianen om elkaar te ontmoeten en rondom de markt bevinden zich allerlei barretjes en terrasjes waar je heel goed het Spaanse leven kan bekijken.

Merkwaardig genoeg is de overdekte hal een origineel jugendstilgebouw en werd geopend in 1928. In het midden van de hal bevindt zich een immense versierde, glazen koepel en in de vishal vindt je nog een kleinere versie. Juist door de gebogen architectuur en deze grote koepels speelt het licht met de kraampjes, de uitgestalde producten en uiteraard met de bezoekers. Geroezemoes, geuren en kleuren en een eindeloze reeks kraampjes maken deze markt tot een must voor iedereen die Valencia bezoekt.

En er is nog meer. Op zondag is de markt dicht maar dat wil niet zeggen dat er niets gebeurd. Op zondag is de mercado de plek voor cultuur, getuige dit filmpje over een gezelschap dat een stuk van de opera La Traviata (Giuseppe Verdi) zingt midden in de markthal.


Lekker voor morgen (en daarna): Noedels met ossenhaas en Saké

2 mrt

Met noedels kan je alle kanten op. In de soep, als nestje eerst koken en dan frituren of roerbakken. En dan heb je nog vele soorten noedels, waarvan ik de eiermie toch het meest smakelijk vind. 4 minuten koken, afspoelen met koud water en daarna verder verwerken. Je kan ze daarna knapperig bakken en met een sausje serveren, of gebruiken in een roerbakgerecht in de wok. Deze keer geef ik jullie het recept van een roerbakgerecht met  ossenhaas, paksoi en Saké. Saké is een droge, stevige witte rijstwijn die een bijzondere Oosterse smaak aan je gerecht geeft. In Oosterse gerechten zie je vaak dat je sherry moet gebruiken, maar vervang dat eens door Saké, heerlijk: droger en minder zoet.

Ingrediënten voor 2 personen

2 nestjes eiermie
4 stelen paksoi
2 ons ossenhaas (of biefreepjes)
1 teentje knoflook, fijngehakt
1 cm gember, fijngehakt
1/2 theelepel gemalen koriander
flinke scheut Saké (ongeveer 1 borrelglaasje)
klein scheutje japanse soja (ongeveer 1/2 borrelglaasje)
1 gedroogde Spaanse peper, verkruimeld (of en halve verse rode gehakte peper, zonder zaadjes)
(Rijst)olie en zout

Bereiden

Haal de ossenhaas op tijd uit de koelkast, minstens een half uur voor de bereiding. Kook de eiermie in 4 minuten gaar, spoel af met koud water en laat uitlekken. Snijd de ossenhaas in reepje van 1/2 cm dik. Snijd het wit van de paksoi in stukken van 2 cm. Het groen van het blad in dunne reepjes, houd het apart van elkaar. Hak de knoflook en gember fijn. Verkruimel de gedroogde Spaanse peper of hak een halve verse peper fijn.
Doe een beetje olie in een hete wok. Laat goed door de wok glijden en schroei de ossenhaasreepjes in 1 minuut dicht. Haal uit de pan (doe ze niet in de folie want dan garen ze door, in een schaaltje is beter). Doe de knoflook, gember, gemalen koriander, Spaanse peper en het wit van de paksoi in de wok en roerbak een paar minuten. Voeg de noedels toe en bak nog een paar minuten, goed blijven roeren/schudden. Blus af met de Saké en de japanse sojasaus. Goed laten doorwarmen en daarna de ossenhaas en de groene reepjes van de paksoi toevoegen. Even door elkaar roeren en meteen serveren. Eventueel iets zout toevoegen. Voor de liefhebbers bestrooien met verse koriander. Drink er warme Saké bij (als je durft en niet vroeg op moet).

City Trip Valencia – paella

26 feb

Opnieuw waren we de afgelopen week richting Spanje vertrokken voor de volgende citytrip. Ditmaal naar Valencia, hoewel de tweede metropool van Spanje, is het eigenlijk een stad die niet vanzelfsprekend bij je opkomt om aan te doen. Valencia is een prachtige stad die het bezoeken zeker waard is. Juist door het relatief kleine aantal toeristen is het een vriendelijke, bijna provinciale, stad waar je je welkom waant. Met rond de 320 dagen per jaar zon en een gemiddelde temperatuur van 18,5 graden stap je met veel plezier het vliegtuig uit in het vooruitzicht van barretjes, terassen, pittoreske straatjes … en uiteraard eten in uiteenlopende restaurantjes. Want die zijn er in overvloed.

Wat lang niet iedereen weet is dat de wereldberoemde Spaanse paella van oorsprong een echt Valenciaans recept is. De paella stamt uit een ver verleden en is eigenlijk gebaseerd op een grote ronde platte pan waarin rijst en wat er maar voorhanden was werd klaargemaakt. Paella was in feite het eenpansgerecht van de rijstboeren die boven houtvuur werd bereid. Een gerecht dat letterlijk (en meestal met de lepel) gezamenlijk werd gegeten. Door het bereiden boven houtvuur heeft de originele paella in het midden een dunne korst waar door de liefhebbers om ‘gevochten’ werd (en wordt). In Valencia spreken ze overigens niet vaak over paella maar vindt je meestal ‘arroz’ (rijst) op de menukaart. Op de foto hierboven zie je Arroz a Banda (paella met uitsluitend vis, schaal- en schelpdieren). Overheerlijk en gegeten in het sfeervolle, echt Spaanse restaurant, Casa Roberto. Verder zijn er de Paella de Verduras (groente), Paella Mixta (vlees, vis, groente etc.), Arroz Negra (letterlijk zwarte rijst) die gemengd wordt met de inkt van de inktvis (heerlijk!) etc. Er bestaan eindeloos veel varianten paella en smaken zijn dan ook tamelijk uiteenlopend.

Een andere paella die we hebben uitgeprobeerd was de Paella Bogavante (paella met een soort zeekreeft, met name ook voor de bouillon gebruikt) in het sfeervolle restaurant Ness. Zie de foto hieronder. Heel anders opgediend en buitengewoon smakelijk. Overigens een aanrader, dit moderne maar sfeervolle restaurant.

Tot slot, en al eerder over geblogd, natuurlijk – en niet alleen in Valencia – zijn er ook veel plekken waarop je direct paella kan eten maar dan is het of ’s morgen al gemaakt of krijg je diepvries (meestal) paella uit de magnetron. Als je echte paella wilt eten moet je van te voren reserveren of ongeveer een uur wachten. Hoewel het gerecht zelf in een half uur te maken is moet de rijst nog een half uur staan.  Voor de liefhebber, que aproveche!