Archief | citytrip RSS feed for this section

Restauranttip San Sebastian: Bodegon Alejandro

14 sep

Dat je in San Sebastian lekker kunt eten is algemeen bekend. Maar meestal hebben we het dan over de overdadige hoeveelheid en verscheidenheid aan heerlijk tapas. Heerlijk, maar soms wil je toch even lekker aan een tafel dineren en het geweld van de tapasbarretjes achter je laten. En dat zit daar tussen al die barretjes ineens dit restaurant. Het is in een kelder en dus een oase van rust. En niet de gewone Spaanse kaart, maar gastronomie op z’n San Sebastians. Alle gerechten worden bereid met producten van het seizoen van de markt.

We aten Jarrete de Cordero asado a 68.5º sobre puré especial de patatas y berza, con verduras salteadas. 18.50 eur (lamsbout, langzaam gegaard in de oven op 68 graden met puree, kool en gebakken groenten) en Carrillera de ternera cocinada a baja temperatura con jugo de pimientos asados y terrina de patata y bacon. 17.00 eur (op lage temperatuur gestoofde kalfswang met het sap van gebakken paprika’s en een terrine van aardappel en bacon). Pure smaken, heerlijk. En we hadden er natuurlijk een fijn wijntje bij, de Vina Ardanza. Een heerlijke rioja met 25% Garnacha druiven en dus geen pure Tempranillo. Maar over de Rioja een andere keer een blog.

Het eten was heerlijk. Je vind het restaurant in de Casco Viego (oude wijk) van San Sebastian.

Restaurante Bodegón Alejandro,  Calle Fermín Calbetón 4, San Sebastian

Tapas – gastronomische hapjes aan de bar, met video

4 sep

We hebben het vaker gehad over de Spaanse tapas waaronder de ‘Geitenkaas met Tomatenmarmalade‘. In het Baskenland noemt men ze ‘pintxos’ en het zijn veelal kleine stukjes belegd brood met de meest uiteenlopende ingrediënten. Alleen in Noord Spanje praat je over duizenden verschillende recepten (zie bijvoorbeeld hier). Kleine maar vaak gastronomische hapjes die op de overvolle bars staan uitgestald. Watertandend loop je daar dan rond en waan je jezelf in een eetwalhalla. Mocht je ooit nog in de buurt van bijvoorbeeld San Sebastian zijn, aarzel dan niet en bezoek deze prachtige stad met dito strand om vooral veel pintxos uit te proberen. Boven een foto van zo’n overvolle bar (mensen en pintxos) en hieronder een filmpje dat is gemaakt in San Sebastian. Let ook vooral op het tweede deel waarin wordt uitgelegd waarom er overal grote Spaanse Iberico hammen aan het plafond hangen. 

Lunchen op stand net onder Parijs: Le Canapé in Gif-sur-Yvette

3 sep

Als echte eetsnob op reis gaan er onderweg geen bammetjes mee in de koeltas. Geen frites in een wegrestaurant. Nee, er wordt op stand lekker geluncht. Van de snelweg af en iets leuks zoeken in het meest dichtbij zijnde dorpje. In Frankrijk vind je altijd wel zo’n half verlaten dorpje met een pleintje. Rij gewoon richting de kerk en dan is het meestal raak. Dat ene restaurant met een klassieke Franse kaart.

Onze reis dit jaar naar Gijon (Spaanse Atlantische Noordkust) was bijna 1800 km. Dat doe je niet in één ruk, althans, wij niet. Ons reis- en vakantiegevoel begint al bij het wegrijden. Wij zijn niet de types die zo snel mogelijk op plaats van bestemming willen zijn, omdat de vakantie dan pas begint. Wij reizen ook nooit op zwarte zaterdag om maar op tijd in je vakantie huis te kunnen zijn. Alles graag relaxed. Zo ook onze reis. De eerste dag was de bestemming Tours. Op tijd weggegaan en dus rond lunchtijd bij Parijs. Dan is het altijd even de vraag: lunchen we voor Parijs, of daarna. Het verkeer viel mee, dus het werd erna. We namen de eerste de beste afslag richting Gif-sur Yvette. Een ritje van zo’n 10 km door de natuur. Een verademing na 500 km snelweg. We kwamen aan in z0’n echt Frans dorpje en na een wandelingetje schuiven we aan op het terras van Le Canapé ‘La gastronomie au coeur de la vallée de Chevreuse’. We bestellen Tajine d’Agneau (lams-tajine), Magret de canard al la framboise (eend met frambozen) en Pavé de boeuf  (flinke biefstuk). Na een uurtje zijn we helemaal tevreden weer terug op de A10, op naar Tours, nog 220 km. Komen we aan op terrasjestijd. Goh, wat vervelend.

GASTBLOG Kreeft eten in Cuba: pollo de mar

27 aug


Wat valt er voor een eetsnob te beleven in een prikkelend land als Cuba? Als reisbestemming is Cuba weergaloos: overweldigende natuur, een rijke historie vol overheersingen, spotgoedkope mojitto’s en pina collada’s, zinderende muziek en dat alles in een zeer boeiend maar wankelend politiek stelsel van Fidel en Che. Allemaal redenen om snel te gaan maar er moet natuurlijk ook gegeten worden!

Tot voor kort waren alle restaurants van de staat en werden de inkoop, recepten en bereidingswijzen centraal aangestuurd. Voeg daarbij nog eens aan toe dat er een structureel tekort is aan bijna alles dat riekt naar luxe en de culinaire hemel betrekt reeds. Wat dan overblijft is een basale en voedzame comida criolla (creoolse keuken) waarin kip en rijst met zwarte bonen (moros y cristianos) vaak terugkeren. Ook op tafel staan plaatselijke knol- en wortelgewassen als yucca/cassave, malanga en pompoen. Leuk om eens te proberen maar niet iets om je koffer mee vol te proppen. Alleen het overvloedige en diverse tropische fruit is zalig. Zelden zoveel mango’s en papaja’s gegeten!

Maar Cuba verandert snel: sinds begin 2011 is het eten in particuliere restaurants (paladares) officieel toegestaan. Een ideale manier voor de Cubaan om wat bij te verdienen en ook broodnodig: een doorsnee maandsalaris in 2011 is 30 euro! In deze paladares wordt aanzienlijk beter gekookt. Gedreven thuiskoks doen hun best, met het weinige dat nog altijd beschikbaar is, om met fantasie en liefde te koken. Groene kruiden, tropische specerijen, zure sinaasappel, kokos… het wordt zeker smakelijker maar de culinaire meetlat hebben we maar niet uit de tas gehaald. Prijsindicatie: met twee man eet je in een paladares heel behoorlijk voor15 a 20 euro. Neem alleen nooit wijn van Cubaanse bodem!

Maar er is één ingrediënt dat Cuba culinair ferm opstoot in de vaart der volkeren: kreeft! Voor de prijs van kip kan je je te buiten gaan aan veel en heerlijke kreeft. Officieel verboden in de paladares want verkoop moet gebeuren via de staatswinkel. Maar als de particuliere kok met een knipoog vraagt of u een pollo de mar wilt, dan weet u wel hoe laat het is. Met name in het meest oostelijke gelegen stadje Baracoa, waar de kreeft in kokosmelk gesmoord wordt, kan een eetsnob heel gelukkig worden van kreeft met een lokaal Cristal biertje.

Gastblog door Bart Nelissen

Steak tartaar bij restaurant Vincent

29 mei

We hebben al eerder over de wereldse en zo gastvrije stad Brussel geblogd en onlangs waren we er weer. Daarover in een andere blog meer want voor het uitstekende restaurant Royal Brasserie Brussels is aparte aandacht op zijn plaats. Maar weer stelden we onze terugreis uit om ’s middags nog even te gaan lunchen bij restaurant Vincent. Dat is en blijft een belevenis met schortdragende obers die midden in het restaurant kleinere gerechte maken of opmaken. De betegelde muren met hun indrukwekkende afbeeldingen temidden van oude prijslijsten aan de muren maakten alleen al de omgeving het meer dan waard en we keerden dan ook terug op onze schreden.

Ik nam dit keer de ‘Steak Tartaar’ (zie bovenstaande foto) en die wil ik jullie niet onthouden. Misschien dat niet iedereen zich zo snel aan deze stevige portie rauwe, gehakte biefstuk zal wagen maar het is toch een echte aanrader. Mooi scherp van smaak en in tegenstelling tot wat je misschien zou denken gaat het gerecht je niet tegenstaan. In tegendeel, het is heerlijk.

Hier vind je een filmpje waarin chef Rudolf Bos van restaurant Flo laat zien wat de klassieke Franse methode is om de steak tartaar de maken. Hij gebruikt overigens de jodenhaas als vlees en dat is inderdaad wel het lekkerste vlees dat je voor dit gerecht kan gebruiken.

Restaurant Vincent