Het was weer de hoogste tijd voor een citytrip (eind december gaan we naar Gijon, Noord Spanje) en uiteraard vlogen er vooraf en ter plekke de nodige ideeën over tafel waar we naar toe zouden gaan, wat we zouden eten en waarover we konden bloggen. Ons doel: Brussel, een geweldige stad waar we al vaker zijn geweest maar dat was in de pre-eetsnob-fase. 2.0 als we zijn vroegen we zaterdagochtend op Twitter wie een tip voor ons had wat wij zeker niet mochten missen. Met dank aan @Lucas5915 kwamen we daardoor vanmiddag terecht bij restaurant “Vincent” voor de lunch. Er volgen natuurlijk meer blogposts over Brussel maar deze ligt nog vers in het geheugen en is een aanrader voor iedereen die van mooi en eerlijk eten houdt in een bijzondere, authentieke omgeving (zie foto).
Restaurant Vincent bevindt zich in het hartje van Brussel en wat bij het openen van de buitendeur direct duidelijk wordt is dat je binnenkomt door de keuken! Geweldig om midden tussen negen mensen te staan die hard bezig zijn met de voorbereidingen om de bezoekers van het restaurant te voorzien van voortreffelijk eten. Het tweede dat direct opviel is de bijzondere inrichting. De muren zijn voorzien van ouderwetse, sfeervolle tegelfresco’s die, samen met het hoge plafond en de met wit linnen uitgeruste tafeltjes, een gevoel geven van ‘in een fraaie taveerne’ te zijn beland, waar – in je verbeelding – menig kunstenaar gegeten moet hebben.
Het restaurant stamt uit 1905 en de geschiedenis ademt dan ook uit alle poriën van het etablissement. We zaten prettig in een hoek waar je de omgeving goed kan observeren en – dat staat weer als een paal boven water – de Belgen weten wat lunchen is en zeker op de zondagmiddag. Zou het niet prettig zijn wanneer wij in Nederland ook een lunchcultuur zouden hebben waar het ‘avondmenu’ ook ’s middags zou gelden?
De keuken is klassiek en voor zowel de culinaire kenner als voor een verdwaalde tourist meer dan prima. Specialiteit is de dubbele côte à l’os (ribstuk, twee personen). Daar moet je een half uurtje op wachten maar is dan ook het wachten waard. Of probeer de huisgezuurde haring, een feest. Kortom, een aanrader van niveau! Tot slot, maar daar gaan we een aparte blog aan wijden, als je een hotel in Brussel zoekt, boek dan bij Hotel Metropole, niet zozeer om het hotel (ook indrukwekkend) maar om de inpandige brasserie die (inclusief terras met verwarming) een andere, bijzondere plek is in Brussel.



Wat is het toch moeilijk om een goede lunchgelegenheid te vinden als je eetsnob bent. Meestal ben je veroordeeld tot een tosti, brood met kroket (best lekker overigens), broodje tonijnsalade en een soepje. Bij de iets betere tentjes zijn er dan nog de salades en de luxere broodjes, maar het is toch allemaal erg standaard: Carpaccio, gerookte zalm, club sandwich, salade nicoise of salade met geitenkaas, gewokte kipreepjes en sliptongetjes. Ik word daar niet heel enthousiast van.
Laatst kocht ik bij de Toko in Amsterdam Zuidoost een prachtig iets. Ik wist niet wat het was en de verkoper gaf me een naam die ik niet kon onthouden. Als echte eetsnob ga je ook de uitdaging met het onbekende aan, dus ging ik op onderzoek uit.


