Archief | recepten RSS feed for this section

Tonijnpilaf – een recept met volle smaken

26 mei

Pilaf is van oorsprong een rijstgerecht uit het Midden-Oosten en wordt meestal in olie of boter en vervolgens in bouillon gegaard en daar verrijkt met groenten, vlees of vis. Een allegaartje zou je kunnen zeggen en er bestaan dan ook vele pilafrecepten met uiteenlopende ingrediënten. Gemeenschappelijk hebben ze allemaal dat de pilaf garant staat voor een mooie maar met name zeer smaakvolle maaltijd. Wij maken regelmatig onze tonijnpilaf (deels ooit gebaseerd op een recept uit Delicious) en het is een recept gebleken dat eigenlijk nooit verveeld.

Ingrediënten (voor twee personen)

Olie, 1 eetlepel (olijf- of zonnebloemolie)
1 kleine ui, fijn gesneden
1 teentje knoflook – geperst –
1/2 theelepel kurkuma
1/2 eetlepel zachte currypasta (bijvoorbeeld gele currypasta)
3 limoenblaadjes (vers of gedroogd)
350 cl groentenbouillon
scheutje citroensap
handvol boontjes (2 tot 3 minuten lang van te voren koken)
150 gram basmatirijst
blikje tonijn in water (uitlekgewicht 130 gram)
rood pepertje naar smaak, fijn gesneden

Bereiden

Neem een grote koekenpan, verhit de olie en bak de ui en de knoflook op laag vuur (niet bruin laten worden). Currypasta en kurkuma kort meebakken. Limoenblaadjes en rijst toevoegen en goed roerend verhitten. Bouillon erbij met scheutje citroensap. Aan de kook brengen en 10 minuten (afgedekt met deksel) zacht laten koken. De laatste twee minuten de boontjes laten meekoken. Kijk tijdig of het vocht verdampt is anders op tijd eerder de deksel verwijderen. Daarna een minuut of 5 (afgedekt) laten staan. Voeg vervolgens de tonijn toe en schep deze voorzichtig door de rijst.

Tip

De pilaf is lekker met (mango)chutney. Deze is in een potje verkrijgbaar bij sommige supermarkten maar zeker bij de toko. Echt lekker maak je hem als volgt. Snij een halve mango in kleine stukjes en breng hem aan de kook (10 minuten, mango net onder water). Voeg een eetlepel mangochutney en een scheutje citroensap toe. Roer het geheel goed door elkaar en laat het afkoelen.

Dit recept printen: Tonijnpilaf met mangochutney

Dit wordt een klassieker: Japanse rosbiefrolletjes

18 mei

Voor dit recept heb je een goede slager nodig. Zo eentje die niet glazig staat te kijken als je iets anders wilt dan wat er kant en klaar in de vitrine ligt. De slager moet het vlees namelijk speciaal even voor je snijden. Met de machine weliswaar, maar toch. Deze rolletjes worden namelijk gemaakt met rosbieflapjes, eigenlijk hetzelfde vleeslapje waar de slager zijn rundervinken mee maakt. Vraag aan de slager of hij dunne lapjes rosbief met de machine wil snijden, ongeveer 3 millimeter dik. Als dit eenmaal hebt ontdekt, dan komt dit gerecht zeker weten regelmatig op tafel.

Ingrediënten voor 2 personen

4 dunne rosbieflapjes
2 bosuitjes
1 wortel
1 rode peper
Teriyaki (Japanse marinade)
1/2 kopje medium Sherry
1/2 kopje Japanse sojasaus (of ketjap, dat is wat zoeter)
Allesbinder
1 of 2 nestjes eiermie, afhankelijk van hoeveel je normaal eet

Bereiden

Zorg dat het vlees op kamertemperatuur is. Kook de eiermie volgens de aanwijzingen op de verpakking. Spoel af onder koud water en zet apart. Bestrijk het vlees aan de bovenkant royaal met Teriyaki. Snijd dan de bosui, wortel en peper in dunne reepjes. Als je niet van heet houdt, gebruik dan een halve peper (wel in de lengte). Verdeel de reepjes over het vlees en rol op. Zet vast met een cocktailprikkertje.
Zet twee koekenpannen op het vuur en doe in beide een beetje arachideolie. In de ene pan bak je de eiermie op middelhoog vuur. Regelmatig schudden en keren. In de andere pan bak je de rosbiefrolletjes kort op hoog vuur, ongeveer 2 minuten aan elke kant. Haal uit de pan, bestrooi met wat zout en houdt 5 minuten warm in aluminiumfolie. Maak dan de saus. Voeg aan het bakvet van de rolletjes de Sherry toe, laat even verdampen. Doe er dan de sojasaus bij en laat even inkoken, eventueel iets binden met allesbinder.  Inmiddels is de eiermie lekker knapperig. Leg de mie met twee Japanse rosbiefrolletjes op een bord. Giet er wat van de saus over en serveer direct.

Dit recept printen: Japanse Rosbiefrolletjes

Witlof-perensalade met granaatappel en gorgonzola

15 mei

“Delicious” is een van onze favoriete kook-/eettijdschriften of zoals zij het zelf omschrijven ‘het lekkerste foodmagazine van Nedeland en België’. Een aantal maanden geleden was ik op zoek naar een nieuw recept voor een frisse salade en heb ik onderstaande ‘witlof-perensalade met granaatappel en gorgonzola‘ uit één van de Delicious tijdschriften uitgeprobeerd. Stond al langere tijd op de lijst om over te bloggen want simpel gemaakt met verrassend smaakvol resultaat. Altijd succes met deze mooie salade.

Ingrediënten (4 tot 6 pesronen)

6 struikjes witlof, overlangs in dunne reepjes gesneden
3 rijpe handperen (zachte, zoete peer) in dunne partjes
150 gram walnoten, geroosterd
3 eeetlepels bladpeterselieblaadjes
1 zakje waterkers, grove steeltjes verwijderd
pitten van een granaatappel
200 gram gorgonzola piccante, verkruimeld (of elke andere blauwe kaas, romig)
165 ml citroenvinaigrette (zie hieronder)

Bereiden

Doe de witlof, perenpartjes, walnoten, peterselie, waterkers, granaatappelpitjes en gorgonzola in een kom. Strooi wat zout en peper over de salade en schep luchtig om met de vinaigrette. Direct serveren met peterselie.

Voor de vinaigrette (300 ml, goed te bewaren, in donker, minimaal 1 maand)

Ingrediënten

1,5 eetlepel wijnazijn
1,5 eetlepel droge witte wijn
2 eetlepels citroensap
125 ml rijstolie (zonnebloemolie volgens oorspronkelijk recept)
125 ml extra vergine olijfolie
beetje zout, peper
beetje suiker

Azijn, witte wijn en citroensap mengen, op smaak brengen met peper en zout. Oliën toevoegen en voortdurend kloppen totdat er een glad mengsel ontstaat. Eventueel nog wat zeezout en peper toevoegen. Naar smaak wat suiker toevoegen.

Het roer om – Tom Kellerhuis deel 2

11 mei

Eerder schreef ik al kort over Tom Kellerhuis, de voormalige chef Kunst en Cultuur van het tijdschrift HP/De Tijd. Kellerhuis publiceerde een jaar geleden het boek “Het Roer Om” waarin hij beschrijft hoe hij zijn leven radicaal omgooide en naar het ROC ging om kok te worden. Hij schrijft (wat misschien ook wel te verwachten was) met een makkelijke pen en hoewel de weg om kok te worden zwaar en ontgoogelend is blijft het prettig leesvoer. Het fascinerende van het boek is dat er een wereld open gaat over wat er allemaal komt kijken bij het bereiden van de diners in de betere restaurants. Zeker waar het gaat om restaurants met 1 of meerdere sterren. Maar wat mij betreft het meest fascinerend is dat er een enorm verschil bestaat tussen het koken van een dis voor je vrienden of je gasten en het met twintig, dertig of soms veertig mensen samenwerken aan x aantal couverts waarbij iedereen zijn eigen kleine taak heeft. Dat bleek zijn nieuwe wereld te zijn. Denk daarbij echt aan (dag)taken als 1) aardappels schillen, 2) groeten snijden, 3) uien snipperen 4) heel veel opruimen en schoonmaken 5) coquilles en sardines schoonmaken, 6) vis ontschubben sn strippen of reeruggen in stukken hakken etc. Dag in dag uit, vaak zes dagen in de week en 10 tot 14 uur per dag. Goed verhaal en voor iedereen die gefascineerd is door alles wat zich achter de culinaire schermen afspeelt een boek om te lezen. Maar omdat wij nu eenmaal altijd bezig zijn met eten, smaak, koken, genieten etc. staat deze carrière wel haaks op hoe wij bezig zijn. Niet zozeer om de lange weg die je moet afleggen om kok te worden maar om het gegeven dat het zo bitter weinig romantiek kent. Het lijkt erop dat je eerder het uithoudingsvermogen moeten hebben van iemand die aan de triathlon deelneemt of het karakter van mensen die ieder jaar smachten naar een Elfstedentocht. Kok of chefkok zijn volgens Carluccio zeer verschillend. De chefkok volgt een opleiding en kan daarna vakbekwaam koken en de kok …. tja …. de kok kookt :-). Tot slot nog een video met chefkok Hans Haas van het restaurant Tantris (München) waar Kellerhuis drie maanden stage liep. Een ploeg van 15 man in de keuken (twee Michelin sterren).

Hoe kook je het perfecte ei?

7 mei

Ja, hoe lang was het ook alweer? Zacht ei, hard ei, het perfecte ei. Gewoon leuk om even te kijken, dan weet je het weer.