Opnieuw waren we de afgelopen week richting Spanje vertrokken voor de volgende citytrip. Ditmaal naar Valencia, hoewel de tweede metropool van Spanje, is het eigenlijk een stad die niet vanzelfsprekend bij je opkomt om aan te doen. Valencia is een prachtige stad die het bezoeken zeker waard is. Juist door het relatief kleine aantal toeristen is het een vriendelijke, bijna provinciale, stad waar je je welkom waant. Met rond de 320 dagen per jaar zon en een gemiddelde temperatuur van 18,5 graden stap je met veel plezier het vliegtuig uit in het vooruitzicht van barretjes, terassen, pittoreske straatjes … en uiteraard eten in uiteenlopende restaurantjes. Want die zijn er in overvloed.
Wat lang niet iedereen weet is dat de wereldberoemde Spaanse paella van oorsprong een echt Valenciaans recept is. De paella stamt uit een ver verleden en is eigenlijk gebaseerd op een grote ronde platte pan waarin rijst en wat er maar voorhanden was werd klaargemaakt. Paella was in feite het eenpansgerecht van de rijstboeren die boven houtvuur werd bereid. Een gerecht dat letterlijk (en meestal met de lepel) gezamenlijk werd gegeten. Door het bereiden boven houtvuur heeft de originele paella in het midden een dunne korst waar door de liefhebbers om ‘gevochten’ werd (en wordt). In Valencia spreken ze overigens niet vaak over paella maar vindt je meestal ‘arroz’ (rijst) op de menukaart. Op de foto hierboven zie je Arroz a Banda (paella met uitsluitend vis, schaal- en schelpdieren). Overheerlijk en gegeten in het sfeervolle, echt Spaanse restaurant, Casa Roberto. Verder zijn er de Paella de Verduras (groente), Paella Mixta (vlees, vis, groente etc.), Arroz Negra (letterlijk zwarte rijst) die gemengd wordt met de inkt van de inktvis (heerlijk!) etc. Er bestaan eindeloos veel varianten paella en smaken zijn dan ook tamelijk uiteenlopend.
Een andere paella die we hebben uitgeprobeerd was de Paella Bogavante (paella met een soort zeekreeft, met name ook voor de bouillon gebruikt) in het sfeervolle restaurant Ness. Zie de foto hieronder. Heel anders opgediend en buitengewoon smakelijk. Overigens een aanrader, dit moderne maar sfeervolle restaurant.
Tot slot, en al eerder over geblogd, natuurlijk – en niet alleen in Valencia – zijn er ook veel plekken waarop je direct paella kan eten maar dan is het of ’s morgen al gemaakt of krijg je diepvries (meestal) paella uit de magnetron. Als je echte paella wilt eten moet je van te voren reserveren of ongeveer een uur wachten. Hoewel het gerecht zelf in een half uur te maken is moet de rijst nog een half uur staan. Voor de liefhebber, que aproveche!




Kijk, als eetsnob ben je wat gewend. Je komt veel in restaurants en geen menukaart is hetzelfde. Dan heb ik het nog niet over de gerechten die erop staan, maar over wat de kaart zegt over het restaurant. Hele chique met namen en bereidingen waar je niets van begrijpt vind je over het algemeen in de Franse, ietwat ouderwetse restaurants. Geplastificeerde kaarten hebben iets gemeen met toeristen-restaurants. En soms heb je van die hele boekwerken, waarvan je dan al weet dat ze de helft niet hebben. Of een hele kleine kaart waar je niets lekkers tussen vindt. Nee, dan de kaart bij het LLoyd Hotel in Amsterdam.
Leuk, zo’n grappige kaart. Maar je hoeft het toch niet zo letterlijk op te dienen? Je verwacht dan toch iets anders. Maar het smaakte haar, al moest ze nog wel om de boter vragen. Want er stond brood met schapenkaas op de kaart en niet brood met boter en schapenkaas.
Toch wel ons favoriete restaurant in ’t Gooi op dit moment. Ga er gewoon eens eten. Echt verrassend culinair en heel betaalbaar. Goede wijnen, prachtige ambiance en prachtige locatie in de vestingmuur van Naarden. En nu nog beter, want de hele inrichting is vernieuwd. Niet meer de lange banken langs de muur, maar mooie tafeltjes, een ‘chef’s table’ en een lounge hoek voor het aperitief. En tapijt voor een betere akoestiek. Binnenkort krijgt het restaurant ook een andere naam. En door een paar aanpassingen op de kaart hopen ze meer en ander publiek te trekken. En dat gunnen we ze ook, want het eten en de sfeer kloppen gewoon. Sinds deze maand richten ze zich niet meer alleen op het verrassingsmenu, maar meer op goed samengestelde menu’s voor iedere beurs. Van twee gangen tot zeven gangen. Wij namen drie gangen. Aangezien we niet zo van de desserts zijn, kozen we voor een tussengerecht. En altijd krijg je eerst een of twee amuses om er even lekker in te komen.
gegrilde wilde zalm met rauwe wilde zalm met een crunch van kletskop, erg lekker