Archief | adresjes RSS feed for this section

Citytrip Gijon – Noord Spanje (restaurant El Hórreo)

9 jan

Vliegtuig Amsterdam naar Madrid, korte overstap en dan door naar het gastvrije Gijon, een stad ter grootte van Utrecht aan de Noordkust van Spanje. Bij het dalen luisterde ik samen met mijn Spaanse buurman naar de informatie van de purser en keken elkaar bij toeval aan toen deze vertelde dat het 15 graden Celsius was. Een blik van verstandhouding want wij beiden vonden dat (hartje winter in Nederland, koud en vriezend) een aangenaam bericht. Dus ratelde hij even later in rap Spaans verder, over Gijon, de mensen maar uiteindelijk uiteraard ook over eten (daar praten wij maar ook Spanjaarden graag over). Hij tipte ons op een aantal restaurants waar we naar toe moesten gaan, waaronder El Hórreo (De Hooischuur, typisch voor Asturias, op palen!) in Antromero.

Enkele dagen later was het zover en in twee taxi’s lieten we ons naar El Hórreo brengen. Doordat we in het donker vertrokken waren we al snel gedesoriënteerd en na een klein half uur  stopten we voor een restaurant in the middle of nowhere. Met piepende banden stoven de taxi’s weg en wij liepen naar de ingang. We waren aan de vroege kant en schoven dus, in het totaal verlaten lokaal, direct richting de bar. Daar werden welkom geheten door een half tandeloze rondbuikige man die (nadat hij zijn haren naar achteren had geschud)ons welkom heette.

Vreemd, dat was het wel maar het was ook wel weer grappig. Moest dit restaurant nu zorgen voor  culinair genot? Al snel kwamen andere obers en vrouwen gekleed in kokskleren met dito haarnetjes naar binnen. Een uurtje later zaten we, terwijl het restaurant snel vol liep met gasten, te genieten van paella de marisco (paella met kreeft, krab etc., zie foto boven) die werkelijk heerlijk was. Paella moet klaar worden gemaakt terwijl je erop wacht (half uur tot drie kwartier) en dat was hier het geval. Ze hadden hem eigenlijk wat langer moeten laten staan (met theedoeken erover) waardoor hij nu nog tamelijk vochtig was maar niettemin uitstekend. Verder aten we  onder andere sopa de pescado (vissoep, foto hieronder), percebes en sloten het geheel af met tarta de chocolate. Ik keek om me heen en in niets leek dit restaurant op hetgeen we hadden aangetroffen bij binnenkomst. Hier werd gegeten en genoten.

Opnieuw doken wij in twee taxi’s de donkere nacht in en teruggekomen in Gijon leek het restaurant El Hórreo weer ver weg. Maar de smaken lagen nog vers in het geheugen. Een klein uitstapje in het donker dus maar daar gaan we nog wel eens naar terug. Bij daglicht. 

Citytrip Gijon (Noord Spanje) – El Globo

2 jan

Aan de Noordkust van Spanje, tussen La Coruña en Santander, ligt de kleine stad Gijon (275.000 inwoners) waar wij de afgelopen week verbleven en dat is ons meer dan goed bevallen. Gijon heeft één van de grootste havens van Spanje en het is dan ook niet vreemd dat allerlei soorten vis daar rijkelijk voorhanden zijn. De komende weken zullen we met enige regelmaat over dit geweldige, levendige stadje bloggen en daarbij ligt uiteraard het accent op het eten en de eetgelegenheden.

Toen we in Brussel waren werden we via hashtag #durftevragen gewezen op restaurant “Vincent” wat een geweldige belevenis opleverde. In Gijon kozen voor een andere belangrijke bron voor tips door gewoon om ons heen te vragen. Spanjaarden praten als geen ander (en lang !) over eten en willen maar wat graag je helpen bij het vinden van een restaurant. Op de eerste avond werden we gewezen op “El Globo“, een typisch Spaanse gelegenheid – restaurant en café in een geheel -, rondrennende obers, die avond afgeladen met mensen en dus was het aantal decibels navenant. Daar moet je even aan wennen want dat is wel even iets anders dan de vaak stille restaurants in Nederland. Leven in de brouwerij dus en een geweldige kaart, een echte aanrader!

Om deze serie eetblogs over Gijon goed af te trappen hieronder het menu van die eerste avond. Altijd aan te raden is om niet per persoon te bestellen maar om alles samen te delen, dat is in Spanje heel gewoon en wordt aangegeven met de termen ‘a picar’ of ‘a compartir’.

1. Pastel de Cabrales (vispaté van cabracho, de rode schorpioenvis), klassiek gegeten met toastjes en  1 of meerdere sausen)

 

 

 

 

2. Croquetas caseras, huisgemaakte kroketjes, dit keer gevuld met ham maar vaak ook met bacalou (stokvis)

 

 

 

 

 

3. Alemejas a la marina, Venusschelpje in saus van groene kruiden, knoflook en olie

 

 

 

 

4. Esparragos. Asperges, in een beslagje gefrituurd en ditmaal gevuld met ham en daarnaast een saus van Cabrales (sterke kaas van koe, geit en schaap)

 

 

5. Lubina al ajo. Zeebaars in veel kort gebakken plakjes knoflook

 

 

 

 

6. Oricios. Zee-egeltjes (oktober tot mei)

 

 

 

 

7. Jamon Iberico. Ham, in niets te vergelijken met Nederlands ham, smelt bijna letterlijk op de tong

 

 

 

 

8. Cecina. Gedroogd rookvlees

Balsamico azijn – citytrip Brussel 3

16 dec

‘Specialist in gekweekte en bospaddestoelen, primeurs, truffels en delicatessen’, een bezoek aan de relatief kleine winkel van ‘Champigros‘ in het hartje van Brussel, vlak bij het Sint-Katelijneplein en de vismarkt, is een beleving op zich. Toen wij er de eerste keer kwamen verwonderden wij ons met name over de uiteenlopende zouten die daar worden verkocht.Wij kochten zout met paddestoelen. Champigros is bijzonder omdat je je bevindt in een oase van heerlijkheden waaraan je je niet alleen vergaapt maar ook niet van hebt kunnen dromen dat al die lekkernijen ook daadwerkelijk zouden bestaan. Leverancier van restaurants met één, twee of zelf drie sterren.

Ons oog viel dit keer op een drietal flessen (achter glas) balsamico azijn met als merknaam ‘Mussini’. Nu kan je zelf op onderstaande foto zien wat de onvoorstelbare prijzen zijn van deze flessen prachtazijn. Daarvan gaat de wenkbrauw toch even omhoog. Interessant is te vertellen dat ‘Mussini’ staat voor de familie Mussini die beroemd zijn om … inderdaad hun balsamico azijnen van 7 tot 100 jaar oud. Hoe ouder de balsamico hoe zoeter deze wordt. Daardoor smaakt de jonge balsamico azijn beter als ingrediënt voor een saladedressing terwijl een oude weer prachtig is bij een stuk Parmezaanse kaas of een stukje wild. Het is net als bij wijn, azijn moet rijpen. Klinkt raar maar als je er even over nadenkt eigenlijk logisch. Kortom, als je in Brussel bent loop dan even deze bijzonder delicatessenwinkel in. Duur is het zeker maar ook meer dan de moeite waard. 

Asperges van Theo – La Rioja

12 dec


De voorliefde die wij hebben voor Spanje is lang geleden ontstaan. Daarover zou je een andere blog kunnen beginnen maar belangrijk onderdeel van deze hechte band met dit bizarre, prachtige land is uiteraard het eten en genieten.

Op een snoeihete dag werd ik vanuit Bilbao meegenomen door een van mijn Spaanse vrienden (Angel). Hij had een verrassing in petto. Wij gingen op bezoek bij zijn oom Theo, eigenaar van een prachtige bodega in La Rioja. We waren uitgenodigd om bij zijn familie te komen eten. Het landschap van de Rioja is tamelijk vlak (hoewel er een hoog en een laag deel bestaat) en midden in de zomer zindert het van de hitte.

Tot mijn stomme verbazing reden wij, eenmaal aangekomen, langs de grote familiebodega naar een laag rotsachtig deel net buiten een dorp (wat voornamelijk bestond uit 1 lange straat met lage, witte huizen). Daar bleek de oude, inmiddels in onbruik geraakte, oude bodega zich te bevinden. Wat bijzonder was dat deze daadwerkelijk in de rots uitgehouwen was. De maaltijd (la cena) vond plaats in de oude wijnkelder. We werden gastvrij ontvangen en de lamskoteletjes (chulletillas de cordero) werden al snel op de barbecue gelegd. Een warme avondlucht mengde zich met heerlijke geuren. Uiteraard werd direct een mooie fles Rioja ontkurkt. Authentiek en een avond waarin alles klopt. Oom Theo was een grote, donkere Spaanse man die mij direct meenam naar de trots van zijn leven. Niet de wijn, niet het lamsvlees maar … zijn asperges. Nu was ik daar destijds echte geen liefhebber van maar Theo legde mij omstandig uit dat er een groot verschil bestond tussen de asperges uit het noorden en zijn asperges. Die waren pas goed als je mes er vanzelfsprekend doorheen gleed. Ik twijfelde eerlijk gezegd wel maar was al snel overtuigd. Asperges zo zacht dat ze echt feitelijk smolten op de tong. Ik zie Theo nog grijnzen toen ik nog maar nauwelijks van de verbazing bekomen was en zijn asperges de hemel in prees. Sindsdien staan ze bij ons steevast op het lijstje mee te nemen producten uit Spanje. Vaak worden de asperges daar gegeten met twee ‘salsas’. Een gewone mayonaise en een olie met fijngehakte paprika, ui, knoflook en peterselie. Voor iedereen vanaf nu een culinaire must. 

Citytrip Brussel (2) – Brasserie Metropole

5 dec

Het hotel waar we ook deze keer voor hadden gekozen was “Hotel Metropole”. Meer dan een eeuw oud en daarmee het enige 19-eeuwse (1895) hotel dat Brussel rijk is. Frans Renaissance en dus een open ‘tralielift’ waardoor je gemakkelijk in een ver verleden waant. Verder letterlijk in het hartje van Brussel waardoor restaurants. café’s, winkels, pleinen … alles binnen een straal van een paar honderd meter. Kortom, ideaal en – in weekenden – heel betaalbaar. Maar daar gaat deze blogpost niet over.

Als er iets is wat smaak en genieten beïnvloed dan is het wel de omgeving. Niet alleen het gezelschap maar ook feitelijke, fysieke de omgeving. In de eerste blogpost over Brugge was niet alleen het eten in restaurant Vincent geweldig maar juist het exclusieve, bijzondere interieur maakte het zo bijzonder. Wat maakt Hotel Metropole dan zo bijzonder? Dat is de inpandige, gelijknamige brasserie (zie foto boven). En dan ook nog speciaal op donkere, koude herfstachtige of winterse dagen. Een jaar geleden zat ik daar al vroeg in de ochtend aan een klein ontbijt (mooie, verse, warme croissant met aardbeienjam) en vergaapte mij uren aan de werkzaamheden die drie mensen uitvoerden om voor de ramen een feeëriek lichtgordijn op te hangen. Waarschijnlijk is het de combinatie van oud bruin, goud, de uitgekiende verlichting en, niet te vergeten, de leren stoelen en banken die dit café, deze brasserie zo bijzonder maken. Uiteraard lopen de obers in zwarte kleren met lange witte schorten. Een keur van zeer uiteenlopende bezoekers, deels getekend door het internationale karakter van de stad Brussel en deels door de reiziger en autochtone Brusselaar. Voor de brasserie is er ook nog een groot, zeer groot terras dat zelfs tijdens koude dagen nog geriefelijk is door de grote heaters. Kortom, hier komen geschiedenis en genieten bij elkaar. Het is één van die plekken waar je naar kan verlangen om weer naar terug te keren omdat …. je er gelukkig van wordt.

Is er dan ook nog iets te melden over mogelijke culinaire heerlijkheden? Nee, hoewel de bovengenoemde croissant prima is is het ook niet meer dan dat. Maar toch, vermeldenswaard is één van de witte wijnen op de kaart: de “Sancerre”, een prachtige Loirewijn. Een droge, frisse wijn die een bezoek aan deze bijzondere brasserie afmaakt. Te veel lofzang? Wat ons betreft niet, ik hoor het graag van jullie.