Archief | foodies RSS feed for this section

Oesters uit Almere

9 feb

Als je jezelf eetsnob noemt, dan word je door anderen ook zo gepercipieerd. Voorheen wisten vrienden en familie ook al dat we van lekker eten houden en aardig kunnen koken, maar nu met die naam heeft het toch een andere lading. We merken toch dat velen zich verontschuldigen voor hun kookkunst en restaurant-keuzes : ” Het zal wel niet jullie standaard zijn”, of “we hopen maar dat het lekker is”.  Alsof we alleen nog pasta met truffel eten met gouden bestek. Lekker hoeft niet altijd ingewikkeld of duur te zijn. Maar ja, een snob is een snob.

Onlangs durfde iemand het aan om voor ons te koken met de zin:”Dan kan ik eindelijk weer eens oesters pocheren”. En laten we dat nu nog niet eerder hebben gegeten. Wel rauw, of gestoomd, maar gepocheerd? We reisden af naar Almere en werden ontvangen aan een feestelijk gedekte tafel met bubbels en amuse. Dat beloofde wat. Toen de oesters op tafel kwamen werd het stil en binnen de kortste keren waren ze – bijna – op. Gelukkig nog net de tegenwoordigheid van geest om de laatste twee te fotograferen. Het was heerlijk: gepocheerd in eigen vocht en opgediend met wat blauwe schapenkaas. Een hele smaak-explosie. Bedankt voor deze Oesters uit Almere.

Wat zullen we eten: Coq au vin (recept)

28 jan

Wat is lekkerder dan met dit weer de open haard aan te doen en Coq au vin te maken? Het is makkelijk en een echte klassieker. Zelfs in de Grote Larrouse Gastronomique is een recept te vinden. Gewoon tussen de Lijsters en de Poularde (jong gemest hoen). Maar Larousse maakt er wel een hele poppenkast van met vers geschilde zilveruitjes en geblancheerde spekblokjes, flamberen met cognac enzovoorts. Heerlijk natuurlijk, maar het kan ook iets eenvoudiger. Wat overigens alle recepten gemeen hebben zijn de spekjes, champignons en het bouquet garni; het bosje kruiden. Waarom het zo heet? De kruiden worden in een bosje bij elkaar gebonden, zodat je het er makkelijk weer in z’n geheel uit kunt halen. Op die manier komt de smaak wel in het gerecht, maar niet de hele kruidentuin. En dat zullen velen van u zeer prettig vinden. Voor dit recept gebruiken we een combinatie van peterselie, tijm en bladselderij. Ik zal niet zeggen dat dit een uniek recept is, want de hele wereld maakt het op z’n eigen manier. Het is een samenstelling van meerdere recepten.

Ingrediënten (voor 2 personen)

2 biologische kippenpoten
100 gram spekblokjes
6 sjalotjes, gehalveerd
2 teentjes knoflook, grof gehakt
150 gram kastanjechampignons, gehalveerd
1/2 fles redelijk stevige rode wijn (bijvoorbeeld Bordeaux of Rioja)
bouquet garni: 2 takjes bladselderij, 2 takjes tijm en 2 takjes peterselie, keukentouw om te binden
bloem om te bestuiven, olijfolie, peper en zout

Bereiden

Bestrooi de kippenpoten met peper, zout en bloem. Bak de spekjes in een beetje olijfolie knapperig. haal ze uit de pan. Bak de kippenpoten om en om bruin aan in het bakvet. Haal uit de pan. Fruit de sjalotjes, champignons en knoflook  2 minuten. Blus af met de wijn en schraap de bodem goed los. Laat de wijn aan de kook komen en doe dan de spekjes en de kippenpoten er weer bij. Voeg het bouquet garni erbij, doe het vuur laag en doe de deksel op de pan. Laat ongeveer 1 1/2 uur sudderen. Af en toe de poten omkeren en niet vergeten de rest van de wijn lekker op te drinken. Haal het bouquet garni uit de pan en gooi het weg. Haal de poten uit de pan en houd warm in folie. Laat de saus iets inkoken en bind het met bloem, allesbinder of monteer hem af met koude klontjes boter. Op smaak brengen met peper en zout. Serveer de kippenpoot met flink wat saus en met rijst of Franse frietjes. Lekker met een van deze bijgerechten. Open haardje aan, goed gesprek, nog een flesje wijn misschien? En in de zomer? Vervang de rode door witte wijn en serveer met een frisse salade. Eet smakelijk.

Dit recept printen: Coq au vin

Vernieuwd en top: Promers in Naarden Vesting

26 jan

Toch wel ons favoriete restaurant in ’t Gooi op dit moment. Ga er gewoon eens eten. Echt verrassend culinair en heel betaalbaar. Goede wijnen, prachtige ambiance en prachtige locatie in de vestingmuur van Naarden. En nu nog beter, want de hele inrichting is vernieuwd. Niet meer de lange banken langs de muur, maar mooie tafeltjes, een ‘chef’s table’  en een lounge hoek voor het aperitief. En tapijt voor een betere akoestiek. Binnenkort krijgt het restaurant ook een andere naam. En door een paar aanpassingen op de kaart hopen ze meer en ander publiek te trekken. En dat gunnen we ze ook, want het eten en de sfeer kloppen gewoon. Sinds deze maand richten ze zich niet meer alleen op het verrassingsmenu, maar meer op goed samengestelde menu’s voor iedere beurs. Van twee gangen tot zeven gangen. Wij namen drie gangen. Aangezien we niet zo van de desserts zijn, kozen we voor een tussengerecht. En altijd krijg je eerst een of twee amuses om er even lekker in te komen.

En wat ook briljant is aan dit restaurant: als je een allergie hebt, of iets niet lekker vindt, dan laten ze het niet weg uit het gerecht, maar maken ze gewoon iets anders. Super. Wat hoe vaak heb ik al niet gehoord: ‘We hebben er rekening mee gehouden hoor, we hebben het weggelaten’. Nee, dat wil je niet. Net als de bediening die weinig discreet het eten komt brengen met de luide vraag ‘ Wie was die met de allergie’. Dan Promers, ze reppen er niet over en passen het gerecht aan door te vervangen, niet door weg te laten. Uit eten met een allergie is al ingewikkeld genoeg, dus je wilt er niet ook nog eens steeds op gewezen worden.

 

gegrilde wilde zalm met rauwe wilde zalm met een crunch van kletskop, erg lekker

 

 

 

Kortom, weer een heel pleidooi voor dit restaurant www.promers.nl

Dol op stoofvlees: makkelijk en met een Japans tintje

15 jan

Dol op stoofvlees. Ik lust het in alle varianten, van boeuf bourguignon tot gestoofje ossentaart, van ossobuco tot hachée en kalfssucade. En vergeet niet alle Oosterse stoofvarianten zoals rendang, lamskorma of rundervindaloo. Zo door de jaren heen heb ik heel wat stoofpotten gemaakt en er is er eentje die steeds weer op tafel komt. Wij noemen het Japanse stoof omdat het wordt gestoofd in Saké en Mirin. Het zijn beide rijstwijnen. De Saké is droog en stevig, met een alcoholpercentage van 14,6%. De meesten zullen het kennen als warm drankje bij de sushi. Mirin is een zoete variant met minder dan 1% alcohol en wordt ook vaak gebruikt voor dressings. De combinatie van de twee rijstwijnen met stoofvlees is hemels. Om vlees goed te laten garen is er een zuur ingrediënt nodig, dat maakt het vlees mals. Vlees aleen stoven in water of bouillon resulteert geheid in taai vlees waar je uren op kan kauwen. Meestal wordt wijn of bier gebruikt om het vlees te stoven, maar soms ook melk of kokosmelk. OK, Japanse stoof dus. Hoe maak je dat?

Ingrediënten voor 2 personen

400 gram magere runderlappen (lijkt veel, maar er blijft weinig van over)
½ dl zoete mirin
1 dl sake
½ dl water

Voor de marinade
blikje tomatenpuree
3 eetlepels zoete sojasaus (of ketjap manis)
1 eetlepel sesamzaad
1 eetlepel gehakte knoflook
1 eetlepel geraspte gember
2 gedroogde chilipepers
2 eetlepels rijstazijn
zwarte peper

Bereiden

Ingrediënten voor de marinade mengen. Vlees in dobbelstenen snijden en 2 uur marineren.
In stoofpan scheutje olie verwarmen. Vlees met marinade erin. Vlees braden tot het rondom dicht is , maar niet te hard, anders wordt de saus bitter. Mirin, Saké en water erbij. Aan de kook brengen. Dan vuur laag en in totaal 2 uur laten stoven. Halverwege vocht checken, eventueel wat water toevoegen. Serveren met pandanrijst en gekookte sperzieboontjes met sesamolie en geroosterde sesamzaadjes.

Dit recept printen: Japans stoofvlees

Gewoon lekker blijven eten; ook in januari

5 jan

Onzin, al die mensen die ineens na de feestdagen vinden dat ze lichte gerechten moeten eten. Omdat ze met de feestdagen teveel hebben gegeten en de kilootjes er weer af willen. Ik snap dat niet. Je moet wel echt heel veel eten wil je in een week kilo’s aankomen. 1 of 2 lukt wel, met die extra wijntjes en toastjes, maar meer? Maar als je daarna weer gewoon gaat doen, dan ben je dat in twee weken zonder extra inspanning gewoon weer kwijt. Ik denk dat die mensen voor de kerst ook al veel te zwaar waren. Zij moeten dus zowieso anders gaan eten. Als ik soms zie wat er in een boodschappenwagen aan pizza, pasta, patat, hamburgers, snoep, koek, frisdrank en kant-en-klaar maaltijden zit, dan begrijp ik ineens ook het achterwerk van degene die de boodschappen doet.

Wij doen dus niet mee aan de hype van ineens slanke recepten. Gewoon iedere dag lekker eten, met veel smaak. En niet in die hoeveelheden die de fabrikant denkt dat we nodig hebben. Want dat is het geheim. Geen stukken vlees van 1,5 of 2 ons; 1 ons is echt genoeg. Paar ovenfrites en lichte mayonaise en een lekkere salade en je maakt me helemaal gelukkig. Of een lekkere roerbak met veel groente en paddenstoelen, dan is 1 kipfilet voor twee personen echt genoeg. En halveer de hoeveelheid rijst per persoon die op het pak staat aangegeven. Je hebt het echt niet nodig en juist daarvan wordt je te zwaar. Die hoeveelheden zijn alleen goed voor de portemonnee van de fabrikant. Zo heb je ook die ‘ handige’ spaghettilepels met een gat erin; dat zou de maat voor 1 persoon zijn. Mijn god, daar eten we met gemak met z’n tweeën van. Bak een half bakje cherrytomaatjes met pesto totdat de tomaatjes knappen en doe dat bij de pasta, heerlijk. Vind je dat echt te weinig? Doe er dan een onsje gebakken biefstukreepjes door. Ons adagium; ga voor de smaak en niet voor de hoeveelheid, vooral niet de hoeveelheden vlees, pasta, rijst en aardappelen. Ga liever helemaal los met de groente; beetgare sperziebonen met een beetje sambal, ketjap en gebakken uitjes, bolletje rijst erbij, gebakken visje met een beetje oestersaus, heerlijk. En als je gewone rijst saai vindt, doe er dan wat gehakte cashewnoten en een scheutje vissaus door, eventueel met een klein rood pepertje of gehakte koriander. Je kan gewoon iedere dag lekker eten en dan hoef je na de feestdagen ook niet ineens aan de lijn.