Eerder schreef ik al kort over Tom Kellerhuis, de voormalige chef Kunst en Cultuur van het tijdschrift HP/De Tijd. Kellerhuis publiceerde een jaar geleden het boek “Het Roer Om” waarin hij beschrijft hoe hij zijn leven radicaal omgooide en naar het ROC ging om kok te worden. Hij schrijft (wat misschien ook wel te verwachten was) met een makkelijke pen en hoewel de weg om kok te worden zwaar en ontgoogelend is blijft het prettig leesvoer. Het fascinerende van het boek is dat er een wereld open gaat over wat er allemaal komt kijken bij het bereiden van de diners in de betere restaurants. Zeker waar het gaat om restaurants met 1 of meerdere sterren. Maar wat mij betreft het meest fascinerend is dat er een enorm verschil bestaat tussen het koken van een dis voor je vrienden of je gasten en het met twintig, dertig of soms veertig mensen samenwerken aan x aantal couverts waarbij iedereen zijn eigen kleine taak heeft. Dat bleek zijn nieuwe wereld te zijn. Denk daarbij echt aan (dag)taken als 1) aardappels schillen, 2) groeten snijden, 3) uien snipperen 4) heel veel opruimen en schoonmaken 5) coquilles en sardines schoonmaken, 6) vis ontschubben sn strippen of reeruggen in stukken hakken etc. Dag in dag uit, vaak zes dagen in de week en 10 tot 14 uur per dag. Goed verhaal en voor iedereen die gefascineerd is door alles wat zich achter de culinaire schermen afspeelt een boek om te lezen. Maar omdat wij nu eenmaal altijd bezig zijn met eten, smaak, koken, genieten etc. staat deze carrière wel haaks op hoe wij bezig zijn. Niet zozeer om de lange weg die je moet afleggen om kok te worden maar om het gegeven dat het zo bitter weinig romantiek kent. Het lijkt erop dat je eerder het uithoudingsvermogen moeten hebben van iemand die aan de triathlon deelneemt of het karakter van mensen die ieder jaar smachten naar een Elfstedentocht. Kok of chefkok zijn volgens Carluccio zeer verschillend. De chefkok volgt een opleiding en kan daarna vakbekwaam koken en de kok …. tja …. de kok kookt :-). Tot slot nog een video met chefkok Hans Haas van het restaurant Tantris (München) waar Kellerhuis drie maanden stage liep. Een ploeg van 15 man in de keuken (twee Michelin sterren).
Het roer om – Tom Kellerhuis deel 2
11 meiHeston Blumenthal – Peking Eend –
1 meiThe Perfect Kitchen is een fascinerend gastronomisch programma van de BBC waarin de topkok Heston Blumenthal op ongewone, wetenschappelijke manier gerechten onderzoekt, analyseert en perfectioneert. Het programma gaat over culinaire alchemie en moleculaire gastronomie. Heston is niet zo maar een kok maar de eigenaar van The Fat Duck, in het dorpje Bray in Berkshire. The Fat Duck werd door het blad Restaurant in 2005 uitgeroepen als het beste restaurant ter wereld en heeft op dit moment drie Michelin sterren. Kijk zelf naar Blumenthals zoektocht (in 3 YouTube delen) hoe je de ideale peking eend maakt. Het is fascinerend!
Het roer om – Tom Kellerhuis
10 apr
De bekende journalist Tom Kellerhuis besloot zijn goed betaalde baan op te zeggen en melde zich aan bij de koksopleiding aan het ROC in Amsterdam. We komen later meer uitgebreid op dit boeiende boek terug. Maar op deze prachtige lentedag willen we jullie het volgende citaat niet onthouden. Hij werkt als leerling bij het beroemde restaurant Tantris in München, zes dagen in de week van zeven uur ’s ochtends tot na twaalven ’s nachts. Het citaat gaat over zijn werk. Hier begint het om 07.00 uur s’ ochtends.
“Eerst tien geschilde aardappels … door een fijne rasp (microplane) halen en aan de souschef geven. Twee pompoenen schoonmaken en in blokjes snijden. Zes paprika’s blancheren, ontvellen en in fijne brunoise snijden. Dan twee kilo topinamboer (aardpeer) schillen, halveren en met de hand in flinters snijden. Een zak maroninoten halveren. Weer topinamboer, nu flinterdun op de snijmachine snijden en in koud water leggen. Droogdeppen en frituren. Nog eens drie pompoenen schoonmaken en in blokjes snijden. Zes rode kolen in zeer fijne reepjes snijden (julienne) op de snijmachine. Daarna zeer zorgvuldig de snijmachine schoonmaken, want het spul gaat overal inzitten en kleurt alles blauw. Dertig bosuien en tien gewone uien zeer fijn snipperen, blancheren en klaarzetten voor de entremetiers als mise-en-place. Dan de overblijfsels snijden voor het personeelseten. Mijn werkplek poetsen en schoonmaken en dan naar beneden voor een snelle, warme hap. Het was dan pas elf uur ’s ochtends”.
Tom Kellerhuis moest de rest van de dag nog door tot na 24.00 uur. Respect, respect en daarom later nog een blog over dit boeiende boek.
City Trip Valencia – paella
26 febOpnieuw waren we de afgelopen week richting Spanje vertrokken voor de volgende citytrip. Ditmaal naar Valencia, hoewel de tweede metropool van Spanje, is het eigenlijk een stad die niet vanzelfsprekend bij je opkomt om aan te doen. Valencia is een prachtige stad die het bezoeken zeker waard is. Juist door het relatief kleine aantal toeristen is het een vriendelijke, bijna provinciale, stad waar je je welkom waant. Met rond de 320 dagen per jaar zon en een gemiddelde temperatuur van 18,5 graden stap je met veel plezier het vliegtuig uit in het vooruitzicht van barretjes, terassen, pittoreske straatjes … en uiteraard eten in uiteenlopende restaurantjes. Want die zijn er in overvloed.
Wat lang niet iedereen weet is dat de wereldberoemde Spaanse paella van oorsprong een echt Valenciaans recept is. De paella stamt uit een ver verleden en is eigenlijk gebaseerd op een grote ronde platte pan waarin rijst en wat er maar voorhanden was werd klaargemaakt. Paella was in feite het eenpansgerecht van de rijstboeren die boven houtvuur werd bereid. Een gerecht dat letterlijk (en meestal met de lepel) gezamenlijk werd gegeten. Door het bereiden boven houtvuur heeft de originele paella in het midden een dunne korst waar door de liefhebbers om ‘gevochten’ werd (en wordt). In Valencia spreken ze overigens niet vaak over paella maar vindt je meestal ‘arroz’ (rijst) op de menukaart. Op de foto hierboven zie je Arroz a Banda (paella met uitsluitend vis, schaal- en schelpdieren). Overheerlijk en gegeten in het sfeervolle, echt Spaanse restaurant, Casa Roberto. Verder zijn er de Paella de Verduras (groente), Paella Mixta (vlees, vis, groente etc.), Arroz Negra (letterlijk zwarte rijst) die gemengd wordt met de inkt van de inktvis (heerlijk!) etc. Er bestaan eindeloos veel varianten paella en smaken zijn dan ook tamelijk uiteenlopend.
Een andere paella die we hebben uitgeprobeerd was de Paella Bogavante (paella met een soort zeekreeft, met name ook voor de bouillon gebruikt) in het sfeervolle restaurant Ness. Zie de foto hieronder. Heel anders opgediend en buitengewoon smakelijk. Overigens een aanrader, dit moderne maar sfeervolle restaurant.
Tot slot, en al eerder over geblogd, natuurlijk – en niet alleen in Valencia – zijn er ook veel plekken waarop je direct paella kan eten maar dan is het of ’s morgen al gemaakt of krijg je diepvries (meestal) paella uit de magnetron. Als je echte paella wilt eten moet je van te voren reserveren of ongeveer een uur wachten. Hoewel het gerecht zelf in een half uur te maken is moet de rijst nog een half uur staan. Voor de liefhebber, que aproveche!
Citytrip Gijon – Noord Spanje (restaurant El Hórreo)
9 jan
Vliegtuig Amsterdam naar Madrid, korte overstap en dan door naar het gastvrije Gijon, een stad ter grootte van Utrecht aan de Noordkust van Spanje. Bij het dalen luisterde ik samen met mijn Spaanse buurman naar de informatie van de purser en keken elkaar bij toeval aan toen deze vertelde dat het 15 graden Celsius was. Een blik van verstandhouding want wij beiden vonden dat (hartje winter in Nederland, koud en vriezend) een aangenaam bericht. Dus ratelde hij even later in rap Spaans verder, over Gijon, de mensen maar uiteindelijk uiteraard ook over eten (daar praten wij maar ook Spanjaarden graag over). Hij tipte ons op een aantal restaurants waar we naar toe moesten gaan, waaronder El Hórreo (De Hooischuur, typisch voor Asturias, op palen!) in Antromero.
Enkele dagen later was het zover en in twee taxi’s lieten we ons naar El Hórreo brengen. Doordat we in het donker vertrokken waren we al snel gedesoriënteerd en na een klein half uur stopten we voor een restaurant in the middle of nowhere. Met piepende banden stoven de taxi’s weg en wij liepen naar de ingang. We waren aan de vroege kant en schoven dus, in het totaal verlaten lokaal, direct richting de bar. Daar werden welkom geheten door een half tandeloze rondbuikige man die (nadat hij zijn haren naar achteren had geschud)ons welkom heette.
Vreemd, dat was het wel maar het was ook wel weer grappig. Moest dit restaurant nu zorgen voor culinair genot? Al snel kwamen andere obers en vrouwen gekleed in kokskleren met dito haarnetjes naar binnen. Een uurtje later zaten we, terwijl het restaurant snel vol liep met gasten, te genieten van paella de marisco (paella met kreeft, krab etc., zie foto boven) die werkelijk heerlijk was. Paella moet klaar worden gemaakt terwijl je erop wacht (half uur tot drie kwartier) en dat was hier het geval. Ze hadden hem eigenlijk wat langer moeten laten staan (met theedoeken erover) waardoor hij nu nog tamelijk vochtig was maar niettemin uitstekend. Verder aten we onder andere sopa de pescado (vissoep, foto hieronder), percebes en sloten het geheel af met tarta de chocolate. Ik keek om me heen en in niets leek dit restaurant op hetgeen we hadden aangetroffen bij binnenkomst. Hier werd gegeten en genoten.
Opnieuw doken wij in twee taxi’s de donkere nacht in en teruggekomen in Gijon leek het restaurant El Hórreo weer ver weg. Maar de smaken lagen nog vers in het geheugen. Een klein uitstapje in het donker dus maar daar gaan we nog wel eens naar terug. Bij daglicht. 


