Archive by Author

Fazantfilet met jus van cantharellen en truffel

25 nov

Een stukje wild doet het altijd goed in een feestmenu. Alhoewel wild eten omstreden is vanwege de jacht, past het eten van wild heel goed in de huidige tijdgeest van biologisch eten. Als er toch moeite mee hebt, kies dan in ieder geval voor biologisch of tam vlees. Dit recept is met Fazant, maar je kunt het ook maken met ander gevogelte als eend of patrijs. Of wat dacht je van een kwarteltje uit de oven? Wild laat zich goed combineren met een wat zoete saus of jus. Vaak wordt gekozen voor portsaus of cranberry’s. Deze keer kiezen we voor de zachte smaak van cantharellen, gecombineerd met cognac en truffel. Koop de cantharellen bij voorkeur niet voorverpakt. In plastic worden ze snel snotterig en dan kan je er weinig meer mee. Bewaar cantharellen in een papieren zak op een donkere koele plek, maar niet in de koelkast. Laat bij voorkeur de cantharellen een paar dagen in de papieren zak een beetje indrogen. Je kunt ze daarna makkelijker schoonborstelen en het zand eruit schudden.

De truffel die we hier gebruiken komt uit een potje deze kan je kopen bij de groothandel of soms bij de betere groentenwinkel of traiteur. De smaak heft overigens niets te maken met echte verse truffel, maar ja, daar is de prijs dan ook naar. In een potje zitten vaak twee of drie truffels en kost tussen de 6 en 10 euro. We gebruiken in dit recept ook truffelolie. Let op dat je niet de mist in gaat met de goedkopere truffelolie met truffelaroma. Daarme verpest je gegarandeerd het hele gerecht. Echte goede truffelolie geurt niet heel sterk en geeft een zachte smaak. Olie met truffelaroma (uit de supermarkt) heeft een hele zware chemishe truffelgeur. Dat overheerst alle andere geuren van het gerecht en geeft een bittere smaak. Niet doen dus. Dan kun je het beter achterwege laten.

Ingrediënten voor 4 personen

4 ons fazantfilet (aangezien je het trancheert – in plakjes – hoeft het niet aan 1 stuk)
200 gram cantharellen, goed schoongeborsteld en fijngehakt
2 sjalotjes, fijngesnipperd
1 bolletje truffel uit een potje, geraspt
75 ml cognac
150 ml wildfond
15 roze peperbessen, gekneusd (geen roze, vervang dan door 4 zwarte)
scheutje truffelolie (geen olie met truffelaroma)
30 gram koude boter
olijfolie

Bereiden

Neem een niet te grote pan met hoge rand en fruit hierin de sjalotjes in een beetje olijfolie tot ze glazig worden. Doe de fijngehakte cantharellen erbij en fruit even mee. Kneus de roze peperbessen en fruit ook nog even mee. Doe de cognac erbij en flambeer (gewoon een aansteker bij de pan houden). Laat rustig uitbranden. Niet schudden aan de pan, want dan worden de vlammen erg groot. Houd een dekel bij de hand om indien nodig het vuur snel te doven. Dan de wildfond erbij en 10 minuten zachtjes laten pruttelen. Scheutje truffelolie erbij en even meewarmen. Haal van het vuur en zet apart. Tot hier kan je de jus van tevoren voorbereiden. Nu kun je de fazant maken. Beetje olijfolie en een klontje boter in een pan verhitten. De fazantfilet afhankelijk van de dikte aan iedere kant 2 tot 5 minuten bakken. Hij moet van binnen rose blijven (kerntemperatuur ongeveer 60 graden). Laat 5 minuten rusten in aluminiumfolie. Maak nu de jus af. Vlak voor het serveren de jus verwarmen (niet koken), truffelrasp toevoegen en binden met koude boter. Trancheer de fazant (in mooie plakjes snijden)  en verdeel over vier voorverwarmde borden. Schep de jus erover en serveer direct. Deze keer serveerden we de fazant met een witlofrisotto, een verrassende combinatie en niet zo standaard als aardappel-knolsederijpurree of aardappelkroketjes.

Dit recept printen: Fazantfilet met een jus van cantharellen en truffel

Makkelijke amuse of als tussengerecht: soepje van broccoli

23 nov

Amuse  komt van het Franse woord amuse-bouche, wat letterlijk ‘vermaak in de mond’ betekent.  Van oorsprong is het een zeer klein gerecht (of minihapje) ter bevordering van de spijsvertering en om de smaakpapillen op gang te brengen en werd tussen de verschillende gangen door geserveerd (bron: Wikipedia). Tegenwoordig wordt het vaak alleen aan het begin van een diner aangeboden. Maar als je het echt goed wilt doen, serveer je dus een amuse tussen elke gang. Om het je makkelijk te maken hier een makkelijk soepje van broccoli. Zacht van smaak en door het te serveren in een mooi glaasje ziet het er best spectaculair uit. Overigens kan je er ook een tussengerecht van maken door de hoeveelheid aan te passen en het te serveren in een mooi koffiekopje. In dit gerecht gebruiken we onder andere foelie als smaakmaker. Foelie is de zaadmantel van de nootmuskaat en is heel subtiel van smaak. Geen foelie in huis, gebruik dan een heel klein beetje gemalen nootmuskaat. Je kunt deze soep gemakkelijk een dag van tevoren maken.


 

 

 

 

 

 

 

Ingrediënten (amuse voor 6 personen, tussengerecht voor 4 personen

600 ml bospaddenstoelenbouillon van 1 tablet, of een fond
250 gram broccoli, kan heel goed van de stronk
stukje foelie (of mespunt nootmuskaat)
1 slalotje, fijngehakt

Bereiden

Breng de bouillon aan de kook. Snijd de broccoli in grove stukken en snipper het sjalotje. Doe dit in de bouillon, voeg de foelie toe en kook 10 minuten. Haal de pan van het vuur en pureer de soep met een staafmixer. Daarna de soep nog door een zeef roeren. Niet alleen door de zeef gieten, want dan blijft er teveel lekkers in de zeef achter. Gewoon met de bolle kant van een soeplepel of met een houten lepel zoveel mogelijk door de zeef drukken. Verwarm de soep (niet koken) vlak voor het serveren. Schenk in glaasjes of koffiekopjes, voila. Eet smakelijk.

Dit recept printen: Broccolisoepje – amuse of tussengerecht

Dorade In Japanse stijl – recept van Ferran Adriá

20 nov

 We konden het niet laten en hebben nog een recept van Ferran Adrià gemaakt (zie ook Eend met Chimichurri) en wel “Dorade in Japanse Stijl”. Het is één van de maaltijden die het personeel (70 personen) van Ferran Adrià (werkend in zijn inmiddels gesloten restaurant “elBulli”) als lunch gebruikten. Het zal je maar iedere dag voorgezet worden dacht ik terwijl ik het recept bestudeerde. Net als bij de recepten van Antonio Carluccio (één van onze andere voorbeelden) lijken de ingrediënten ogenschijnlijk eenvoudig en daarmee is het niet altijd vanzelfsprekend dat het een bijzonder gerecht wordt. Maar dat is bij beide koks meestal wel het geval. Heerlijk en verfijnd.
Voor dit gerecht kan je zowel Dorade als andere vissoorten nemen (zeebaars, heek of schartong bijvoorbeeld). Natuurlijk kan je de vis zelf schoonmaken (heeft wel iets om te doen) maar ook aan de visboer vragen dit voor je te doen. Let wel op of de vinnen verwijderd zijn (anders even met een keukenschaar afknippen).

Ingrediënten voor 2 personen

1 Dorade (ongeveer 350 gram)
Flink wat bosuitjes, dunne plakjes
Verse koriander
20 gram verse gember
3 eetlepels zonnebloemolie
1,5 eetlepel (naar smaak)
Japanse sojasaus

Bereiden

Maak drie diepe sneeën in de vis maar snij niet door de graat heen. Breek vervolgens de graat op plaats van de drie opengesneden plaatsen. Kijk goed want je ziet uit de visgraat sap komen die het gerecht extra smaak geeft. Snij de bosuitjes (lente-uitjes kunnen ook) in kleine plakjes. Hak de koriander en snij de gember (niet schillen) in dunne plakjes. Wikkel de vis in een groot stuk bakpapier en breng ondertussen water aan de kook in een ruime pan. Stoompan (of rookoven met water) is het makkelijkste maar een ruime pan waarin je een ‘rekje’ kan plaatsen werkt ook. Wel zorgen dat de vis het water niet raakt wanneer het kookt. Bestrooi de vissen met ruim (zee)zout en stoom ze (hoog vuur) in een klein kwartier tot ze gaar zijn. Even checken want gaar is de vis wanneer het visvlees niet meer doorschijnend is en makkelijk los laat. Hangt onder andere samen met de dikte van de vis.

Fruit ondertussen de plakjes gember in ruim olie tot ze een beetje kleur krijgen. Leg de vis op een schaal en bestrooi met koriander en uitjes. Schep er voorzichtig de olie met gember overheen (koriander en uien moeten een klein beetje ‘sissen’) en voeg tot slot de Japanse sojasaus toe. Dat laatste is ‘naar smaak’, moet je dus zelf even proeven. Lijkt misschien een hele klus maar dat valt enorm mee en het resultaat is verbluffend lekker.

Dit recept printen: Dorade Japanse stijl

Paddenstoelen met blauwe kaas en gedroogd rookvlees

16 nov

Dit gerecht kun je voor allerlei gangen gebruiken; als warm voorgerecht, tussengerecht of – in kleine portie – als amuse. Maar je kunt het ook voor de lunch serveren door het op een salade te serveren. De smaak is behoorlijk heftig door de blauwe kaas. De zwaarste variant maak je met roquefort of cabrales. Minder pittig wordt het met gorgonzola of danish blue. De chevre bleu die wij gebruikten zit er iets tussenin. Voor een iets uitgebreidere versie kun je nog mandarijnenpartjes toevoegen.  Geef er een frisse witte wijn bij zoals een Sauvignon of Riesling.

Ingrediënten voor 4 personen

1 bakje (250 gram) kastanjechampignons
100 gram blauwe kaas, Chèvre bleu
1 teentje knoflook, fijngehakt
1 mandarijn, partjes zonder vlies
8 plakjes lichtgezouten rookvlees
3 eetlepels milde olijfolie of rijstolie
beetje tuinkers om te garneren

Bereiden

Haal de schil van de mandarijn en snijd met een vlijmscherp mes de partjes tussen de vliesjes uit. Borstel de paddenstoelen schoon. Verkruimel de blauwe kaas. Leg de plakjes rookvlees op een bord en droog ze in de magnetron: 2 minuten op 800 watt, dan even laten afkoelen en daarna nog 1 minuut. Laat afkoelen. Verhit 1 eetlepel olie in een pan. Fruit hierin de knoflook (niet te bruin laten worden) en doe er dan de champignons bij. Goed roeren en schudden met de pan, nog een eetlepel olie toevoegen en weer goed mengen op hoog vuur. Dit nog eenmaal herhalen. De champignons zijn nu glanzend en stevig. Doe het vuur laag en roer voorzichtig de blauwe kaas door de paddenstoelen totdat ze allemaal een laagje kaas hebben.
Leg wat mandarijnenpartjes op de bodem van een bordje of schaaltje. Verdeel de champignons  erover. Twee plakjes rookvlees erop en garneren met wat tuinkers. Eet smakelijk.

Dit recept printen Paddenstoelen met blauwe kaas en gedroogd rookvlees

Eend met chimichurri – recept van Ferran Adriá

13 nov


Als beloofd in de blog over meesterkok Ferran Adriá het recept (met foto’s, om van te watertanden) “Eend met Chimichurri”. Het recept is afkomstig uit het net verschenen kookboek “Thuis koken met Ferran Adriá” waarin 31 menu’s zijn opgetekend die hij en zijn crew zelf aten. Prachtig boek maar aangezien deze meesterkok ruim 70 mensen in dienst had is het wel even rekenen en met gevoel de hoeveelheden ingrediënten terugbrengen. Wij hebben dat gedaan voor 2 personen.

Ingrediënten voor 2 personen

1 ui (is ongeveer 1 ons)
5 tenen knoflook
bos peterselie (aarzel niet, flinke bos)
3 a 4 rijpe tomaten
1/2 chilipeper (niet gedroogd maar vers)
1 theelepel gedroogde tijm
2 theelepels milde paprikapoeder
1 eetlepel oregano mespuntje komijnpoeder
naar smaak zout (onze smaak: halve hand grof zeezout)
1/2 citroen
30 a 40 ml chardonnay azijn
15 tot 20 ml sherry azijn olijfolie, zonnebloemolie, water (op gevoel 1:2:2 zie foto 2, hieronder).

twee kleine eendenborsten op het vel van rond de 1,5 ons (of één grotere eendenborst)

Bereiden

Hak de uien, knoflook, peterselie, tomaten en chili fijn. Gedroogde kruiden, specerijen en zout toevoegen. Goed omscheppen. Rasp de citroen(schil) erboven. Voeg alle azijn, olie en water toe. Koud wegzetten. Is goed in te vriezen en dagenlang goed te houden in de koelkast. Deze hoeveelheid is voldoende voor meerdere gerechten.

Dan de eend.

Snij de eendenvel in met een vlijmscherp mes (ruitjespatroon, niet in het vlees). Bestrooien met zout en peper. Op hoog vuur op velkant in 3  minuten bruin bakken. Daarna nog 30 tot 60 seconden op de vleeskant. In aluminiumfolie wikkelen en 15 minuten laten rusten (goed dichtmaken anders koelt de eend te veel af).

Snij de eend in dunne plakjes van een halve centimeter en schep de chimichurri erover.

Dit recept printen Eend met chimichurri