Het woord Pesto komt van het Italiaanse woord voor stampen ‘Pestare’. Van oorsprong is het een Italiaanse delicatesse die werd bereid in een vijzel. De echte fans beweren dat de smaak van pesto uit een vijzel beter is dan de pesto die bereid is in een keukenmachine. Aan jou de keus.
Pesto is ontstaan in de Italiaanse streek Ligurië, waar Genoa de hoofdstad van is. Vandaar dat de meest bekende pesto dan ook de Pesto Genovese is. De basisingrediënten zijn basilicum, pijnboompitten, knoflook, parmesaanse kaas en olijfolie. Een andere bekende pesto is de pesto Rosso. Persoonlijk is dat mijn favoriet; de zongedroogde tomaatjes maken de smaak wat zachter.
De pesto’s in de supermarkt zijn redelijk standaard, maar als je het zelf maakt kan je eindeloos variëren. Bijvoorbeeld door de pijnboompitten te vervangen door cashewnoten en in plaats van Parmesan Pecorino te gebruiken. Je kunt de knoflook weglaten en in plaats van gewone olijfolie truffelolie gebruiken. Alleen de basilicum, die blijft hetzelfde. Al kun je voor de variatie eens koriander gebruiken, maar dan zou ik het geen pesto meer noemen. Hieronder mijn favoriete pesto. Het is een potje vol, maar door er na gebruik steeds een scheutje olijfolie erop te doen -zodat er geen lucht bij de pesto komt- is het een aantal weken houdbaar in de koelkast.
Ingredienten
4 teentjes knoflook
125 gram cashewnoten
5 uitgelekte zongedroogde tomaatjes
50 gram verse basilicum
150 gram Pecorino kaas
60 ml milde olijfolie
Bereiden
Hak eerst alle ingrediënten grof met een mes. Doe ze dan in een keukenmachine met een klein beetje van de olie. Hak fijn en voeg steeds meer olie toe tot de pesto de juiste massa heeft. Op smaak brengen met zout.

Zo’n tien jaar geleden kwam ik erachter. We waren met de kerstdagen een weekje naar Ameland en de hele week stond in het teken van lekker eten. Bezoek kwam af en aan ze en namen de lekkerste ingrediënten mee. Een van onze gasten was Thais en hij besloot authentiek voor ons te koken. De meest heerlijke geuren kwamen ons tegemoet en ik kon het niet laten hem een beetje op de vingers te kijken. Zo kwam ik achter het geheim van de Thaise biefsalade.
Met noedels kan je alle kanten op. In de soep, als nestje eerst koken en dan frituren of roerbakken. En dan heb je nog vele soorten noedels, waarvan ik de eiermie toch het meest smakelijk vind. 4 minuten koken, afspoelen met koud water en daarna verder verwerken. Je kan ze daarna knapperig bakken en met een sausje serveren, of gebruiken in een roerbakgerecht in de wok. Deze keer geef ik jullie het recept van een roerbakgerecht met ossenhaas, paksoi en Saké. Saké is een droge, stevige witte rijstwijn die een bijzondere Oosterse smaak aan je gerecht geeft. In Oosterse gerechten zie je vaak dat je sherry moet gebruiken, maar vervang dat eens door Saké, heerlijk: droger en minder zoet.
