Archief | smaak RSS feed for this section

Over kaas – de Stiltonkaas

6 nov

Wij zijn echte rasliefhebbers van kazen. Nu zijn we niet direct heel enthousiast over een plakje jonge kaas, een brokkelig stukje oude kaas (hoewel dat ook wel zijn charme heeft) en evenmin over een smeltend stukje brie. Allemaal prima kazen maar zoals in een eerdere blog omschreven is de wereld van kazen een die geen einde kent. Honderden, duizenden kaassoorten en allemaal met een eigen, specifieke smaak. Denk maar aan de buitenlandse reizen of vakantietrips waar bij tijd en wijle gekozen wordt voor een kaasplankje. Is het niet vaak zo dat je geen idee hebt wat daar op tafel aan kazen wordt opgediend? Is het van de koe, de geit of het schaap? In de praktijk betekent eten van kaas gewoon proberen.

Vandaar dat we in de komende tijd met enige regelmaat aandacht besteden aan kaas. In deze blog aan de Stiltonkaas. Niet de traditionele Stiltonkaas (een verrukking op zich voor wie van blauwschimmel kazen houdt) maar de Stiltonkaas die speciaal gemaakt wordt voor de Kerstdagen. De kaas zelf heeft een sterke geur en een mooie warme, romige, zachte smaak. Hij wordt traditioneel gemaakt door kazenmakers in de buurt van het dorpje Stilton, Camebridgehire (een graafschap in het oosten van Engeland). Wat maakt de Stiltonkaas met Kerst nu zo bijzonder? Wel, normaal wordt er een glaasje rode port bij deze kaas gedronken maar een maand (of eerder) voor Kerst wordt een fles port op de kop in de kaas gestoken. Het duurt ongeveer vier weken voordat de port door de kaas in opgenomen. De smaak is vervolgens onbeschrijfelijk lekker. Op bovenstaande foto is de de Stiltonkaas van onze favoriete kaasboer te zien. Hij is wat vroeg begonnen, wij moeten nog twee weken wachten maar dan …. (ook lekker met een ijskoud glaasje witte port). Wij zijn hem ook tegengekomen in de (overigens niet officiële) whisky-variant. De rijpingperiode van de kaas zelf is 18 maanden (!) maar dan heb je ook wat. Een echte aanrader en tussen nu en Kerst verkrijgbaar bij de betere kaaswinkel.

Drakenfruit: mooiste vrucht ‘ever’ en best lekker

4 nov

Laatst kocht ik bij de Toko in Amsterdam Zuidoost een prachtig iets. Ik wist niet wat het was en de verkoper gaf me een naam die ik niet kon onthouden. Als echte eetsnob ga je ook de uitdaging met het onbekende aan, dus ging ik op onderzoek uit.
Ik twitterde de foto via @eetsnob, maar verder dan 1 reactie ‘ mooie vrucht’ kwam het niet. Er zijn dus meer mensen als ik die nog lang niet alles van eten weten. Dan een zoektocht op internet. Met de term exotisch fruit was ik er na een paar minuten achter. De vrucht heet Pitahaya, ook wel drakenfruit genoemd vanwege de felgekleuderde schubben aan de buitenkant. Het is de vrucht van een cactus.

Maar was moest ik ermee? Zo opeten, iets mee maken? Geen idee. Via het zoeken op recepten kwam ik niet veel verder dan een tropische fruitsalade. En daar lag hij dan op het aanrecht. Het duurde een paar dagen en toen moest ik er toch iets mee. We hadden die avond een vriendin te eten en haar zojuist getrakteerd op fazant met een saus van blauwe bessen (recept). We zijn niet zo van de desserts, maar ineens kwam het in ons op om het drakenfruit te slachten. We waren benieuwd, wisten niet hoe hij er van binnen uitzag. Prachtig dus. Echt wel het mooiste stuk fruit dat ik ooit heb gezien. En dan proeven maar. Beetje flauw. Ik heb hem een beetje ingeprikt en er wat limoensap over gedaan. Was al een stuk beter. Maar voor een volgende keer denk ik: goed koud en lekker laten intrekken met een mengsel van Grappa, limoen en suiker. Misschien zelfs wel even in de vriezer. Afijn, de volgende keer neem ik er weer een of twee mee en ga lekker experimenteren.

 

 

Glasaaltjes – ooit delicatesse in Baskenland, Spanje

3 nov

Ik heb een deel van mijn leven regelmatig in Noord Spanje doorgebracht om de eenvoudige redenen dat ik een relatie had met een Baskische vrouw. Voornamelijk bracht ik mijn tijd door in Bilbao, de stad die volgens mij nu vooral bekend is geworden door het bijzondere museum Guggenheim. Nu maak je meestal andere landen mee vanuit het perspectief van de vakantieganger of de reiziger maar zelden van binnenuit. Ik was door de jaren heen volledig lid van de Spaanse familie geworden en heb daar heel veel van geleerd. Spanjaarden kijken anders naar het leven dan wij Nederlanders doen.

Dat bewijst de gebeurtenis op een van die zondagen die sowieso altijd in het teken van genieten stonden. De vader was ’s ochtends vroeg al vertrokken naar het strand (Plentzia) waar de rest met een boemeltreintje later ook naar toe zou komen. Halverwege de treinreis begon het jammer genoeg te motregenen. Na enkele café’s af te hebben gezocht (in de niet aflatende druilregen) kwamen we de vader tegen en teleurgesteld in het weer keerden wij terug naar Bilbao om daar samen en thuis te gaan eten. Ik ging altijd met mijn schoonmoeder mee inkopen doen omdat ik zodoende van alles leerde over de Spaanse keuken en ingrediënten. Ook dit keer en met zijn tweeën liepen wij de vishandel binnen. Zij kocht Angulas, visaaltjes. In die tijd nog niet zo zeldzaam als tegenwoordig (nu is er nog alleen namaak).

Bij het afrekenen keek ik op van het bedrag en rekende om dat dit voorafje per persoon zo rond de – toen nog – 25 gulden bedroeg. Toen ik haar vroeg waarom ze zoveel geld aan zo’n klein voorafje besteedde keek ze me aan, trok haar wenkbrauw verbaasd op en antwoordde: “omdat het regende”. Logisch toch?

Sindsdien weet ik het zeker. Bij Spanjaarden staat ‘genieten’ onzichtbaar op hun voorhoofd geschreven. Is er nu met het verdwijnen van de glasaal als eten iets verloren gegaan. Nee, niet echt maar teleurstellingen kunnen heel goed gecompenseerd worden met ….. eten. En voor ons is het weer een reden om lekker te gaan eten.

Recept: Bessen- en granaatappelsaus (lekker bij een stukje wild)

31 okt

Laatst kocht ik zomaar een granaatappel. Wist nog niet wat ik ermee moest doen. Ik kocht hem uit hernieuwde nieuwsgierigheid, ik was eigenlijk vergeten hoe zo’n vrucht er ook alweer van binnen uitzag.
Ik nam dus een duik in de kookboeken en kwam uit bij Carluccio ‘goes wild’. Een mooi kookboek met 120 recepten uit de vrije natuur. Ooit tweedehands gekocht via Bol.  Ik vond een recept met Fazant. Nu heb je die niet zomaar in huis maar OK, de Lindenhoff stond op het programma: 1 en 1 is 2.

De Fazant schoongemaakt en pancetta om de buik vastgebonden. 30 minuten in een voorverwarmde oven op 200 C. Terwijl de Fazant in de oven stond maakte ik de saus. Ongeveer zoals Carluccio hem maakt.

Ingrediënten (voor 4 personen)

1 kleine ui, gesnipperd
50 gram ongezouten margarine
200 gram blauwe bessen (ik vond ze gewoon bij de AH)
1 granaatappel, alleen de pitjes, het vruchtvlees is erg bitter
1 laurierblad
1 eetlepel balsamicoazijn
2 eetlepels kirsch (bij gebrek aan bramenlikeur)

Het is te simpel voor woorden: Fruit de ui in de boter, doe er de bessen, granaatappelpitjes en laurierblad bij en laat 10 minuten pruttelen tot de bessen zacht zijn. Balsamicoazijn en likeur erbij en op smaak brengen met peper en zout. Paar minuten laten pruttelen om de alcohol te laten verdampen (als het al helemaal verdampt, want daar zijn de kenners het nog niet over eens).

Serveer de Fazant (1/2 per persoon) op een bord met wat van de saus. Wij serveerden het met pastinaak en aardpeerpuree, maar met een herfstsalade en frites vast ook erg lekker. Of misschien wel met stoofpeertjes. Ik ben alweer geïnsprireerd voor de volgende keer; dan maak ik de saus voor bij een hertenbiefstukje of eendeborst of misschien wel met iets heel anders, maar die saus komt zeker terug op tafel.

50 Koks en 1 Boer – kookboek

31 okt

Restaurant Valuas, Venlo

Ben te Voortwis is – samen met zijn vrouw Ria – in 1974 de boerderij de Lindenhoff begonnen. Daar hebben we al een aantal blogs aan gewijd. Maar wat, naast de boerderij, vermeldenswaard is dat hij in 2005 een bijzonder kookboek heeft samengesteld. Hij heeft 50 topkoks uitgenodigd om ruim 100 mooie gerechten te  maken met de producten die de boerderij op hadden gebracht. De filosofie achter de Lindenhoff is dat het een gemend boerenbedrijf is wat wil zeggen zowel veeteelt als akkerbouw. Deze vorm van boeren betekent niet alleen dat je selfsupporting bent  maar ook dat er echt in de brede zin van het woord gekookt kan worden met wat de boerderij opbrengt.

Vijftig koks kookten gerechten die gezond en lekker waren maar die ook relatief eenvoudig te koken zouden moeten zijn. Gisteren hebben we “Bavière entrecôte met winterse groenten” gemaakt van de sterkok Eric van Swagthoven (restaurant Valuas,Venlo). De eerlijkheid gebied te zeggen dat het inderdaad ‘gezond en lekker’ was maar ‘relatief eenvoudig te koken’ was wel een understatement. Toch voor iedereen die van koken houdt een prachtig kookboek met bijzondere recepten en mooie verhalen over 50 koks en hun passies om te koken.