
Als echte eetsnob op reis gaan er onderweg geen bammetjes mee in de koeltas. Geen frites in een wegrestaurant. Nee, er wordt op stand lekker geluncht. Van de snelweg af en iets leuks zoeken in het meest dichtbij zijnde dorpje. In Frankrijk vind je altijd wel zo’n half verlaten dorpje met een pleintje. Rij gewoon richting de kerk en dan is het meestal raak. Dat ene restaurant met een klassieke Franse kaart.
Onze reis dit jaar naar Gijon (Spaanse Atlantische Noordkust) was bijna 1800 km. Dat doe je niet in één ruk, althans, wij niet. Ons reis- en vakantiegevoel begint al bij het wegrijden. Wij zijn niet de types die zo snel mogelijk op plaats van bestemming willen zijn, omdat de vakantie dan pas begint. Wij reizen ook nooit op zwarte zaterdag om maar op tijd in je vakantie huis te kunnen zijn. Alles graag relaxed. Zo ook onze reis. De eerste dag was de bestemming Tours. Op tijd weggegaan en dus rond lunchtijd bij Parijs. Dan is het altijd even de vraag: lunchen we voor Parijs, of daarna. Het verkeer viel mee, dus het werd erna. We namen de eerste de beste afslag richting Gif-sur Yvette. Een ritje van zo’n 10 km door de natuur. Een verademing na 500 km snelweg. We kwamen aan in z0’n echt Frans dorpje en na een wandelingetje schuiven we aan op het terras van Le Canapé ‘La gastronomie au coeur de la vallée de Chevreuse’. We bestellen Tajine d’Agneau (lams-tajine), Magret de canard al la framboise (eend met frambozen) en Pavé de boeuf (flinke biefstuk). Na een uurtje zijn we helemaal tevreden weer terug op de A10, op naar Tours, nog 220 km. Komen we aan op terrasjestijd. Goh, wat vervelend.

Curry’s zijn met currypasta redelijk eenvoudig te maken. Deze ontstond een dag voor we op vakantie gingen: wat hebben we eigenlijk nog in de koelkast. Resultaat: wortel, kastanjechampignons, bosui, gember, sereh, rode currypasta en rode peper. En in de vriezer? Kalkoen. En in de kast: kokosmelk, pappadums, komijn, limoenblad en vissaus. En daar ga je dan een beetje mee goochelen. Altijd lekker.


We hebben weer heel wat inspiratie opgedaan tijdens onze reis door Baskenland en Asturië, de Atlantische kust van Spanje. Bijvoorbeeld in San Sebastian. Het walhalla van de tapas. Tapas zijn ook zeer populair in het zuiden van Spanje, waar ze oorspronkelijk zijn ontstaan om het wijnglas af te schermen voor insecten. San Sebastian staat er ook om bekend. In de oude wijk (casco viejo) barst het van de barretjes die van voor naar achteren vol staan met de lekkerste tapas. En bijna nergens vind je dezelfde, je kunt er eindeloos mee variëren. Hier zie je de geitenkaas met tomatenmarmelade. In Spanje wordt vaak een kleine zoetigheid bij kaas geserveerd. Vaak sinaasappel of appelmarmelade, maar deze is iets hartiger. Echt lekker. En niet alleen bij kaas. De marmelade kan je ook serveren bij een stukje rood vlees of wild. En gewoon op een geroosterd broodje is het ook heerlijk.