Archive by Author

Lekkere aardappelpuree; met aardpeer of knolselderij

2 dec

Zo kan het dus ook. Weg met de laffe puree en weg met de stamppotten. Geen gerommel met poeder uit een pakje. Maak eens een culinaire aardappelpuree. Met aardpeer bijvoorbeeld. Een andere naam voor aardpeer is Topanimboer. De smaak  is zoet en notig. Je koopt hem in het najaar en de winter bij de betere groentezaak of op de markt. Je kunt ze net als aardappelen heel lang bewaren, als ze maar donker liggen. Dus als je ze tegenkomt, neem een voorraadje mee.
Een andere variant is een puree met knolselderij. Die gebruiken Nederlanders vooral voor de erwtensoep, maar de milde frisse smaak verhoudt zich prima tot de aardappel.  Zelf vind ik de zoetere variante met aardpeer lekker bij rood vlees, bijvoorbeeld een hertenbieftukje of eendeborst. De frisse puree met knolselderij vind ik lekker bij gevogelte zoals fazant of kwartel. Ze combineren allebei goed bij konijn.

De meeste mensen vinden puree maken een hele klus vanwege het gestamp en geroer, best zwaar werk. Sommigen maken de fout de staafmixer op de aardappelen te zetten. Niet doen, dan wordt het net behangplaksel doordat je de cellen kapot snijdt. Je kunt de aardappelen door een zeef draaien, veel werk en een hoop afwas. Ik ben zelf fan van de pureeknijper. Dat is een soort grote knoflookpers waar je de gekookte aardappelen zo doorheen drukt. De aardpeer en de knolselderij krijg je er echter niet doorheen, dus gebruik daar de staafmixer of keukenmachine voor of hak het heel fijn voor een grove puree. Nog een tip voor de smaak: kook de aardappelen en de aardpeer of knolselderij in bouillon. Kies wat je lekker vindt: bospaddestoelen, rundvlees, kip of groente.

Ingrediënten (voor 2 personen)

3 (biologische) aardappelen
1 flinke aardpeer of 1/4 knolselderij
1 blokje bouillon (smaak naar keuze)
1/2 theelepel nootmuskaat uit de molen
100 ml sojaroom of volle melk
scheutje vloeibare margarine of klontje boter
zout, peper

Bereiden

Kook de aardappelen met de aardpeer of knolselderij in de bouillon in ongeveer 20 minuten gaar. Afgieten en even uit laten stomen. Vis de aardappelen uit de pan en druk die door de pureepers. Pureer de aardpeer/knolselderij met de staafmixer of keukenmachine. Roer alles door elkaar met de sojaroom of melk, margarine en nootmuskaat. Breng op smaak met zout en peper. Eet smakelijk!

Dit recept printen: Lekkere puree van aardpeer of knolselderij

De Chinese lunch: Dim Sum in Brussel

1 dec

Een eetsnob wil eigenlijk geen brood als lunch, die wil gewoon lekker eten. En dat kan bij de echte Chinese restaurants. Waar de meeste mensen zich dan toch tegoed doen aan bami en nasi met vlees, vis of garnalen, gaan wij meestal voor de Dim Sum. Dat zijn lekkere kleine gestoomde of gefrituurde gerechtjes. Als je de dim sum menukaart niet gewend bent is het best ingewikkeld. Zeker in Brussel, waar de chinese menukaart vertaald is in het Frans. Maar Ok, de ‘sieuw mai’ zijn de gestoomde hapjes, je herkent ze aan een wit glazig deeg of het brooddeeg wat wij wel kennen van de Bapao. Ze worden ook wel dumplings genoemd of, volgens de Franse vertaling, ravioli. Ze zijn gevuld met garnaal, chinese paddestoel, varkensvlees, rundvlees, kip of combinaties daarvan. Daarnaast heb je nog de gefrituurde varianten; garnalen in een deegje, kleine loempiaatjes of kippepootjes. Vergis je niet met deze laatste; je krijgt daadwerkelijk de pootjes; de tenen dus! Dan zijn er nog de gestoomde pannekoekjes met diverse vullingen van kip tot zwarte bonen.

Je krijgt er een rode saus bij en soja en olie met rode peper. Die is zo heet, dat je echt moet uitkijken. Maar wel heerlijk. Bestel er een potje Chinese thee bij en je luncht verrukkelijk.
Dat deden we dus ook in Brussel, bij ChaoChow City. Het ligt aan de Anspachlaan op nummer 89. Om de hoek van de Oosterse buurt, waar het wemelt van de winkeltjes met oosterse specialiteiten en snuisterijen. De ingang oogt wat vreemd. Aan het begin is er links en rechts een fastfood restaurant voor de snelle bami. Als je even doorloopt kom je in een typisch echt Chinees restaurant. Niet zoals we ze in Nederland kennen met vijvers, bamboe schilderijen, rode muren en muziek van James Last. Maar een grote, beetje kille ruimte met grote tafels met Chinees porselein. Je herkent ze aan de TL-verlichting en grote groepen Chinezen. Dat is voor ons het teken dat het goed moet zijn. En dat was het. Met als klap op de vuurpijl de flensjes met Pekingeend en Hoisin. Moet je gewoon eens doen.

Citytrip Brussel (1) – Restaurant Vincent

28 nov


Het was weer de hoogste tijd voor een citytrip (eind december gaan we naar Gijon, Noord Spanje) en uiteraard vlogen er vooraf en ter plekke de nodige ideeën over tafel waar we naar toe zouden gaan, wat we zouden eten en waarover we konden bloggen. Ons doel: Brussel, een geweldige stad waar we al vaker zijn geweest maar dat was in de pre-eetsnob-fase. 2.0 als we zijn vroegen we zaterdagochtend op Twitter wie een tip voor ons had wat wij zeker niet mochten missen. Met dank aan @Lucas5915 kwamen we daardoor vanmiddag terecht bij restaurant “Vincent” voor de lunch. Er volgen natuurlijk meer blogposts over Brussel maar deze ligt nog vers in het geheugen en is een aanrader voor iedereen die van mooi en eerlijk eten houdt in een bijzondere, authentieke omgeving (zie foto).

Restaurant Vincent bevindt zich in het hartje van Brussel en wat bij het openen van de buitendeur direct duidelijk wordt is dat je binnenkomt door de keuken! Geweldig om midden tussen negen mensen te staan die hard bezig zijn met de voorbereidingen om de bezoekers van het restaurant te voorzien van voortreffelijk eten. Het tweede dat direct opviel is de bijzondere inrichting. De muren zijn voorzien van ouderwetse, sfeervolle tegelfresco’s die, samen met het hoge plafond en de met wit linnen uitgeruste tafeltjes, een gevoel geven van ‘in een fraaie taveerne’ te zijn beland, waar – in je verbeelding – menig kunstenaar gegeten moet hebben.

Het restaurant stamt uit 1905 en de geschiedenis ademt dan ook uit alle poriën van het etablissement. We zaten prettig in een hoek waar je de omgeving goed kan observeren en – dat staat weer als een paal boven water – de Belgen weten wat lunchen is en zeker op de zondagmiddag. Zou het niet prettig zijn wanneer wij in Nederland ook een lunchcultuur zouden hebben waar het ‘avondmenu’ ook ’s middags zou gelden?

De keuken is klassiek en voor zowel de culinaire kenner als voor een verdwaalde tourist meer dan prima. Specialiteit is de dubbele côte à l’os (ribstuk, twee personen). Daar moet je een half uurtje op wachten maar is dan ook het wachten waard. Of probeer de huisgezuurde haring, een feest. Kortom, een aanrader van niveau! Tot slot, maar daar gaan we een aparte blog aan wijden, als je een hotel in Brussel zoekt, boek dan bij Hotel Metropole, niet zozeer om het hotel (ook indrukwekkend) maar om de inpandige brasserie die (inclusief terras met verwarming) een andere, bijzondere plek is in Brussel.

Filets de hareng garnis

Double côte à l'os 1er choix

Wat kan je veel met Makreel

25 nov

Makreel. Tsja, goedkoop visje. Sterk van smaak en in Nederland het meest bekend als in gerookte vorm, koud. Zo ken ik het ook nog van vroeger. Mijn moeder plukte zo’n gerookte makreel fijn en met iets van mayonaise en peterselie was het een traktatie op brood.
Het is ook een hele mooie vis om te zien, glanzend en bijna blauw van kleur. Maar ik denk dat de doordringende smaak veel mensen tegenhoudt om er iets me te doen. Ik kan het echter zeer aanbevelen eens te koken met verse makreel. Ik vraag onze visman Jochem altijd om ze voor me te fileren, op de huid. Langzaam bakken op de huid (wel even inkerven, anders trekt hij krom) en opdienen met een salsa van mango, rode peper en bosui is verrukkelijk. Maar een van mijn favoriete varianten is een Oosterse, zogenaamde Stinky Fish. En dat ‘Stinky’  komt niet alleen door de zware geur van de vis zelf, maar vooral door de hoeveelheid knoflook. Het is een heel eenvoudig recept, maar de smaken zijn precies in balans.

Voor 2 personen

2 verse makreelfilet (op de huid)
1 grote ui in ringen
4 teentjes knoflook in dunne plakjes
6 eetlepels ketjap manis
3 eetlepels kikkoman sojasaus
2 theelepels sambal oelek
maiskiemolie (of andere plantaardige zachte olie)

Oven voorverwarmen op 180C
Neem een ovale ovenschaal waar de filets precies naast elkaar passen. Olie in de schaal doen en de helft van de uienringen verspreiden. Makreelfilet met de huid naar beneden op de uien leggen. Knoflookplakjes over de makreel verspreiden en de resterende uienringen daarover heen leggen. Ketjap en sojasaus mengen met de sambal en over de vis gieten. 25 minuten bakken in de oven Serveren met rijst en een frisse oosterse salade, bijvoorbeeld met komkommer. Salamat Makan!

Het Groot Fondue Boek – met recept

24 nov

Meer dan een decennium geleden sloot ik vriendschap met drie vrouwen en een man die – destijds – net als ik werkten in de televisiewereld. Wij sloten die vriendschap omdat we gezamenlijk in opstand kwamen tegen een 7-weekenden durende opleiding die, in onze ogen, beschamend slecht was. Wij noemden ons “De Rebellenclub” en zijn meer dan tien jaar met grote regelmaat bij elkaar gekomen. In negen van de tien gevallen stond er kaasfondue op het menu. Niet omdat het moest maar het kreeg een soort geuzenstatus die ons wel paste. Jaar in jaar uit doopten wij onze stukjes brood in gelegenheden dwars door Amsterdam, van de Warmoesstraat tot de Ceintuurbaan. We bespraken de laatste perikelen en namen de capriolen van Bekend Nederland door.

Op een van die avonden had ik hen bij ons thuis uitgenodigd. Uiteraard kon het ook deze avond niet uitblijven en het was kaasfondue wat de klok sloeg. Maar… niet zomaar een kaasfondue. Ik had namelijk lang geleden “Het Groot Fondue Boek” op de kop getikt wat  (als ik het nu weer eens opensla) uit een ver verleden stamt. Om een zin te citeren: “ ….en ondanks dat we in een gejaagde tijd leven – in een vloek en een zucht ons dagelijkse hapje naar binnen slaan – heeft de laatste jaren de kookkunst toch weer een bepaald gezicht gekregen …“. Prachtig en geschreven door Toussie Salomonson.

Een van de recepten heb ik die avond voor mijn vrienden klaargemaakt. Een kaasfondue met de titel “Fondue Erotique” omdat de schrijfster veronderstelde dat deze fondue wel zou kunnen leiden tot ” … romantisch samenzijn, tot échte levenskunst … “. Daar was het ons niet om te doen en het bijzondere aan onderstaand recept is dat deze fondue niet met witte wijn maar met champagne gemaakt wordt. En als wijnadvies: eveneens champagne. Het ‘donkert’ al buiten dus wie weet is dit recept iets voor jou.

Recept
600 gram geraspte Gruyère
3 dl champagne
1 glas wodka
1/8 liter room
een afgestreken eetlepel maizena
snuifje cayennepeper
witte peper
nootmuskaat
1 fijngehakte truffel

Laat de kaas met de champagne zachtjes smelten, blijf roeren met een houten pollepel. Gaat de fondue pruttelen voeg dan de maizena vermengd met wodka toe. Wanneer de fondue op een réchaud op tafel staat voorzichtig de room er door roeren. Op smaak brengen met een snuifje cayennepeper, witte peper en nootmuskaat en tenslotte de fijngesnipperde truffel er over strooien (vrij naar het originele recept).