Archief | Uncategorized RSS feed for this section

Makkelijke amuse of als tussengerecht: soepje van broccoli

23 nov

Amuse  komt van het Franse woord amuse-bouche, wat letterlijk ‘vermaak in de mond’ betekent.  Van oorsprong is het een zeer klein gerecht (of minihapje) ter bevordering van de spijsvertering en om de smaakpapillen op gang te brengen en werd tussen de verschillende gangen door geserveerd (bron: Wikipedia). Tegenwoordig wordt het vaak alleen aan het begin van een diner aangeboden. Maar als je het echt goed wilt doen, serveer je dus een amuse tussen elke gang. Om het je makkelijk te maken hier een makkelijk soepje van broccoli. Zacht van smaak en door het te serveren in een mooi glaasje ziet het er best spectaculair uit. Overigens kan je er ook een tussengerecht van maken door de hoeveelheid aan te passen en het te serveren in een mooi koffiekopje. In dit gerecht gebruiken we onder andere foelie als smaakmaker. Foelie is de zaadmantel van de nootmuskaat en is heel subtiel van smaak. Geen foelie in huis, gebruik dan een heel klein beetje gemalen nootmuskaat. Je kunt deze soep gemakkelijk een dag van tevoren maken.


 

 

 

 

 

 

 

Ingrediënten (amuse voor 6 personen, tussengerecht voor 4 personen

600 ml bospaddenstoelenbouillon van 1 tablet, of een fond
250 gram broccoli, kan heel goed van de stronk
stukje foelie (of mespunt nootmuskaat)
1 slalotje, fijngehakt

Bereiden

Breng de bouillon aan de kook. Snijd de broccoli in grove stukken en snipper het sjalotje. Doe dit in de bouillon, voeg de foelie toe en kook 10 minuten. Haal de pan van het vuur en pureer de soep met een staafmixer. Daarna de soep nog door een zeef roeren. Niet alleen door de zeef gieten, want dan blijft er teveel lekkers in de zeef achter. Gewoon met de bolle kant van een soeplepel of met een houten lepel zoveel mogelijk door de zeef drukken. Verwarm de soep (niet koken) vlak voor het serveren. Schenk in glaasjes of koffiekopjes, voila. Eet smakelijk.

Dit recept printen: Broccolisoepje – amuse of tussengerecht

Paddenstoelen met blauwe kaas en gedroogd rookvlees

16 nov

Dit gerecht kun je voor allerlei gangen gebruiken; als warm voorgerecht, tussengerecht of – in kleine portie – als amuse. Maar je kunt het ook voor de lunch serveren door het op een salade te serveren. De smaak is behoorlijk heftig door de blauwe kaas. De zwaarste variant maak je met roquefort of cabrales. Minder pittig wordt het met gorgonzola of danish blue. De chevre bleu die wij gebruikten zit er iets tussenin. Voor een iets uitgebreidere versie kun je nog mandarijnenpartjes toevoegen.  Geef er een frisse witte wijn bij zoals een Sauvignon of Riesling.

Ingrediënten voor 4 personen

1 bakje (250 gram) kastanjechampignons
100 gram blauwe kaas, Chèvre bleu
1 teentje knoflook, fijngehakt
1 mandarijn, partjes zonder vlies
8 plakjes lichtgezouten rookvlees
3 eetlepels milde olijfolie of rijstolie
beetje tuinkers om te garneren

Bereiden

Haal de schil van de mandarijn en snijd met een vlijmscherp mes de partjes tussen de vliesjes uit. Borstel de paddenstoelen schoon. Verkruimel de blauwe kaas. Leg de plakjes rookvlees op een bord en droog ze in de magnetron: 2 minuten op 800 watt, dan even laten afkoelen en daarna nog 1 minuut. Laat afkoelen. Verhit 1 eetlepel olie in een pan. Fruit hierin de knoflook (niet te bruin laten worden) en doe er dan de champignons bij. Goed roeren en schudden met de pan, nog een eetlepel olie toevoegen en weer goed mengen op hoog vuur. Dit nog eenmaal herhalen. De champignons zijn nu glanzend en stevig. Doe het vuur laag en roer voorzichtig de blauwe kaas door de paddenstoelen totdat ze allemaal een laagje kaas hebben.
Leg wat mandarijnenpartjes op de bodem van een bordje of schaaltje. Verdeel de champignons  erover. Twee plakjes rookvlees erop en garneren met wat tuinkers. Eet smakelijk.

Dit recept printen Paddenstoelen met blauwe kaas en gedroogd rookvlees

Zalmforel op witlof met saffraansaus

11 nov

Witlof laat zich prima combineren met vis, vooral met zalm of zalmforel. In Nederland kennen we vooral de regenboogforel. Dat is de forel met witte vis die vaak in Papillon wordt gemaakt. Forel met kruiden en citroen in bakpaier gevouwen uit de over. Zalmforel zie je echter ook steeds vaker bij de vishandel. Deze vis is van binnen ook echt zalmroze van kleur en de smaak is wat zoeter en steviger dan die van gewone Forel. Door de zoete, stevige smaak kan hij prima bij witlof. Gebruik dan bij voorkeur de zachte blaadjes aan de binnenkant en niet het meest bittere buitenblad. Zorg ook dat je het hart niet gebruikt, die is het meest bitter. In kleine porties is dit gerecht een prima voorgerecht of tussengerecht.

Ingrediënten voor 4 personen

1 stronk witlof, 8 hele blaadjes
2 ons zalmforel (filet met vel), in 8 langwerpige stukjes
sjalotje, gesnipperd
plukje saffraan
2 dl paddenstoelenbouillon
4 klontjes koude boter of margarine
scheutje citroensap
1/2 klontje suiker
paar druppels tabasco (of mespuntje cayennepeper)
peper en zout
4 blaadjes peterselie of koriander om te garneren

Bereiden

Giet een heel klein beetje warm water in een klein schaaltje en week daarin de saffraandraadjes. Doe een klein beetje boter in een pan en fruit hierin de sjalotjes. Doe de bouillon erbij en de saffraan. Laat 10 minuten zachtjes inkoken. Breng op smaak met de citroen, suiker,  zout en de tabasco. Haal de pan van het vuur.
Neem een ruime koekenpan en verhit hierin een beetje boter of olie. Zet het vuur redelijk laag en bak de zalmfilet langzaam op het vel. Niet keren, langzaam laten garen in zo’n 10 tot 15 minuten. Een paar minuten voor het eind maak je de saus af. Verwarm de saus, haal hem weer van het vuur en roer de klontjes koude boter erdoor totdat de saus lobbig is. Leg op elk bord twee witlofblaadjes. Op elk blaadje een stukje zalm. Lepel er wat van de saus over, garneer met een blaadje groen en direct serveren. Eet smakelijk.

Dit recept printen Zalmforel op witlof met saffraansaus

 

Reerug met gemarineerde linzen; geslaagd experiment

9 nov

Ik ben niet zo’n fan van linzen. Ook niet van bonen en kikkererwten. Het is allemaal een beetje melig met een taai schilletje. Tenzij het goed gemaakt wordt. Dat was het geval in La Caserne Blanche in Naarden Vesting. We aten een heerlijk stukje vis – waarvan ik de naam en de bereiding ben vergeten – en dat lag op een bescheiden hoeveelheid linzen. Niet zomaar linzen, maar van die hele kleine. En ze waren gemarineerd. Met wat? Geen idee, maar het had iets zoetigs en iets lobbigs, waardoor het in de verte op risotto leek. Dat moest ik ook proberen en dus kocht ik voor het eerste van mijn leven een klein blikje linzen ‘lentilles jeunes’.

Ok, marineren. Dat werd heel zacht pruttelen met een zoet drankje. In dit geval een borrelglaasje Drambuie (whiskey met honing). Na tien minuten was de whiskey verdampt en bleef de honing smaak over. Veel te zoet. Maar afzwakken met alleen zuur zag ik niet zitten en dus koos ik voor een flinke slok rode wijn erbij. In een keer goed, niets meer aan doen. Mazzel! Ik maakte er een stukje reerug bij en serveerde het met een krokant stukje spek. Hieronder het hele recept.

Ingrediënten voor 2 personen

1 klein blikje linzen (Bonduelle)
1 borrelglaasje Drambuie
half glas rode wijn
2 reerugfilets
2 plakjes ontbijtspek

Bereiden

Leg de plakjes ontbijtspek op een schaaltje en laat het in 2 minuten in de magnetron knapperig worden (800 watt). Laten uitlekken op keukenpapier. Doe de linzen met de Drambuie in een pannetje en verwarm het ongeveer 10 minuten op laag vuur. Af en toe roeren. Doe de rode wijn erbij en het vuur uit. Even goed mengen en afgieten. Houd apart.
Verhit de olie in een pan en bak de reerugfilets aan iedere kant 2 minuten. Haal uit de pan, bestrooi met zout en peper uit de molen en laat 5 minuten rusten in aluminiumfolie. Maak de linzen weer warm. Doe ze in een diep bord. Trancheer de reerug en leg dat op de linzen. Maak af met het knapperige spek. Eet smakelijk.

Dit recept printen Reerug met gemarineerde linzen

Konijn in Kriek met druiven

28 okt

Ok, het is weer herfst. Zin in konijn. Maar hoe? Er zijn honderden manieren om konijn te maken. Er is echter maar 1 wet: lang laten stoven/sudderen en er moet zuur bij, anders wordt het vlees niet mals. Zuur vind je in wijn, azijn, maar ook in bier. Dus deze keer de konijn in dat ene flesje Kriek dat we nog in huis hadden. Aangezien we nog geen zin hadden in een hele zware (winter)smaak, viel de keus niet op de obligate pruimen en peperkoek, maar op druiven en spek. Extra zuurtje erbij voor de malsheid van het vlees (het werkt echt), vervolgens een zoetje, zoutje, pittigje. En dan kom je tot dit gerecht.

Ingredienten voor 2 personen

2 konijnenpoten
2 teentjes knoflook, fijngehakt
125 gram spekblokjes
1 flesje Kriek
3 dl kippenbouillon (van een 1/2 blokje)
2 sjalotjes, gesnipperd
2 kruidnagels
sap van een halve limoen
mespunt kaneel
10 jeneverbessen
12 blauwe druiven
15 roze peperkorrels (of 5 gekneusde zwarte peperkorrels)
vloeibare boter, zout, peper

Bereiden

Verhit de boter in een stoofpan (waar de konijnenpoten naast elkaar kunnen). Dep de konijnenpoten droog, bestrooi met peper en zout. Braad de poten rondom bruin in 5 minuten op hoog vuur. Haal de poten uit de pan, doe het vuur laag en fruit de ui en knoflook 1 minuut. Voeg de spekblokjes en sjalotjes erbij en fruit een paar minuten. Blus af met het flesje Kriek en doe de kruidnagel, jeneverbessen, limoensap, kaneel en roze peperbessen erbij. Als het weer kookt doe je de bouillon erbij en de druiven. Konijn weer toevoegen en op laag vuur 2 uur stoven. Keer de bouten regelmatig. Voeg eventueel wat water toe als het vocht teveel is verdampt.

Als bouten na twee uur gaar zijn neem je ze uit de pan en houd je ze warm in folie. Zeef het vocht en kook het op hoog vuur een paar minuten in. Eventueel binden met klontjes boter of allesbinder. Konijn weer even warmen in de saus. Serveren met frites en salade.

Eet smakelijk!

Dit recept printen Konijn in Kriek met druiven